Het staken van de stakingen

Foto door Gérald Garitan [https://commons.wikimedia.org/wiki/User:G%C3%A9rald_Garitan], CC BY-SA 3.0 [https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.en]
Facebooktwitter

Bij onze zuiderburen zijn—wederom—spoorstakingen aangekondigd voor dit najaar. Dit is in Nederland ook bepaald geen uitzondering, noch is het in enig West-Europees land ongebruikelijk dat er wordt gestaakt. Sterker nog: het is eerder uitzonderlijk te noemen wanneer er op enig moment nergens in West-Europa een staking gaande is. Het zogenaamde “recht” om te staken is verworden tot een pervers pressiemiddel van de vakbeweging om de eigen belangen te dienen. Het is hoog tijd dat de wetgeving op dit gebied volledig wordt aangepast.

Ten eerste is het zaak om onderscheid te maken tussen de publieke en de private sector. Om het voorbeeld van de aanstaande Belgische spoorstakingen te gebruiken: de NMBS exploiteert treindiensten in België in opdracht van de Belgische federale overheid, en diezelfde overheid is de enige aandeelhouder. Het is de enige aanbieder van binnenlands personenvervoer per trein in België, en het is gewoon een staatsbedrijf. In Nederland is het met de NS niet veel anders gesteld. We zien vaker dat ambtenaren en werknemers van staatsbedrijven in staking gaan. Deze mensen staken zelfs significant vaker dan werknemers in de private sector. In feite is het absurd dat deze mensen überhaupt mogen staken. Zij worden geheel of grotendeels betaald van publieke middelen. Dienstweigering is diefstal van de belastingbetaler. In principe zou iedereen die wordt betaald uit de staatskas moeten worden vervolg als hij in staking gaat.

Voor de private sector gelden natuurlijk andere regels, aangezien stakingen daar eigenlijk over een eenvoudig geschil tussen werkgever en werknemer gaan. Een staking is dan geen diefstal van het hele volk, maar blijft natuurlijk wel een weigering van dienst. Helaas bemoeit de overheid zich thans ook met de arbeidsrelaties in de private sector. De stakers worden bij wet beschermd tegen ontslag. De werkgever hoeft hun loon niet door te betalen tijdens de staking, maar hij kan de dienstweigeraars niet de laan uitsturen voor het verzuim dat zij in feite gewoon plegen. Als een werknemer besluit niet op te komen dagen voor zijn werk wordt hij ontslagen. Als duizend werknemers hetzelfde doen in georganiseerd verband worden zij bij de wet beschermd. Dat is uiterst zorgwekkend, en zonder twijfel immoreel.

Erger nog is het feit dat stakende werknemers dikwijls de werkwilligen verhinderen om aan het werk te gaan. Op dit vlak wordt voor de wet onderscheid gemaakt tussen een (door de vakbeweging) georganiseerde staking en een ‘wilde’ staking. In geval van een georganiseerde staking hoeft de werkgever geen loon door te betalen aan door de stakers verhinderde werkwillenden. In geval van een ‘wilde’ staking moet de werkgever wél het loon doorbetalen aan de werkwilligen, ook al worden zij verhinderd te werken. Hij kan de kosten op niemand verhalen. Ook dit is bijzonder onethisch.

Eigenlijk pleegt een staker gewoon contractbreuk. De wetgeving daaromtrent moet gewoon helemaal worden geschrapt, met als gevolg dat iedereen die staakt in principe meteen ontslagen kan worden voor dienstweigering. In de praktijk zal dat niet beteken dat iedere staking direct zal leiden tot massa-ontslagen: werknemers opleiden kost geld, en opgedane ervaring is ook geld waard. Derhalve zullen ervaren werknemers met toegevoegde waarde welzeker een goede kans hebben om via collectieve onderhandeling—waarbij de staking één pressiemiddel is—bepaalde toezeggingen te bedingen aangaande loon en arbeidsvoorwaarden.

Het weerhouden van werkwilligen om hun werk te doen is natuurlijk een misdadige actie. Als dit gebeurt in geval van een georganiseerde staking, moeten de verantwoordelijke vakbonden ervoor vervolgd worden, en tevens moeten zij worden verplicht om zowel het loon van de verhinderde werkwilligen als de gederfde inkomsten van de werkgever geheel te vergoeden. In geval van een wilde staking moeten alle stakers worden ingerekend, en moeten zij hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld. Naast deze vergoedingen dient er tevens strafrechtelijke actie te worden ondernomen, vanwege de vrijheidsberoving die in feite gepleegd is door anderen te verhinderen vrijelijk hun werk te doen.

Naast deze aanpassingen van de wetgeving omtrent stakingen in het algemeen dient de perverse invloed van de vakbeweging ook op andere vlakken te worden gebroken. In het bijzonder dient de collectieve arbeidsovereenkomst te worden afgeschaft. In principe moet iedere werknemers het recht hebben om te onderhandelen over zijn eigen arbeidsvoorwaarden. Vakbonden kunnen onderhandelen over algemene (basis)voorwaarden voor hun leden, maar zij horen geen collectieve regelingen af te kunnen dwingen die ook gelden voor niet-leden. (Ongerelateerd aan stakingen dient in meer algemene zin de wetgeving omtrent het minimumloon geheel te worden geschrapt, zodat de overheid zich geheel niet meer bemoeit met het beoogde loon van enige werknemer.)

De bovenstaande hervormingen, die feitelijk gewoon neerkomen op het schrappen van perverse wetgeving die thans bestaat, zullen de misstanden omtrent stakingen in de private sector geheel wegnemen. Dat elimineert de wantoestanden in de publieke sector echter nog niet volledig. Werkweigering in de private sector moet iets tussen wergever en werknemer zijn. In de publieke sector gaat het echter over belastingeld. Daarvoor volstaan de bovenstaande hervormingen niet. In de publieke sector moeten stakingen gewoon geheel worden verboden. Indien mensen die werken voor de overheid of voor een bedrijf dat in staatshanden is toch gaan staken, hoort daarop niet alleen ontslag op staande voet te volgen, maar ontzegging van het gehele pensioen en andere opgebouwde rechten. En niet alleen dat, maar ook strafrechtelijke vervolging hoort hun deel te zijn.

Dit is bepaald geen radicale innovatie: nog niet zo heel lang geleden mochten ambtenaren helemaal niet staken. Zij kregen destijds ook geen arbeidscontract zoals in de private sector, maar een aanstelling. Naar dat model moeten we gewoon terugkeren. Een ambtenaar moet worden aangesteld door zijn baas, en kan dan zonder pardon ook weer uit zijn functie ontslagen worden. Vanzelfsprekend bouwt hij een pensioen op, maar als hij dient weigert hoort zoals gezegd alles dat hij heeft opgebouwd direct te vervallen. Geen ontslagrecht, niets daarvan. Iedere aanstelling dient ad hoc plaats te vinden. Een minister kan iedereen in zijn departement dan ontslaan naar eigen inzicht. Thans zijn ambtenaren bijna niet weg te krijgen; in het model dat ik hier voorstel kunnen zij op staande voet worden verwijderd, met een van tevoren bepaalde (en niet exorbitante) ontslagvergoeding.

Eén ding is zeker: in dat geval zullen we geen stakingen meer zien in de publieke sector. En de treinen zullen ook op tijd rijden, want wanneer een staatsbedrijf faalt kan de hele directie op staande voet worden ontslagen. De stakingscultuur en de perverse prikkels van de huidige wetgeving zijn dan verdwenen, en er komt eindelijk weer schot in de zaak. Dit zijn stappen die overal in het Westen genomen moeten worden. De huidige toestand is een gevolg van collectivisme in het algemeen en socialistische politiek in het bijzonder— en is wurgend voor de Westersche economie. Wanneer wij deze socialistische erfenis echter afschudden, zal het Westen economisch weer vitaal en krachtig worden.

Facebooktwitter

Be the first to comment on "Het staken van de stakingen"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*


Door de site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of als u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten