De Magna Carta en de transformatie van het Engels recht

Facebooktwitter

Een historiografische kijk op de transformatie van het recht in dertiende-eeuws Engeland en het belang van de Magna Carta

Door de geschiedenis heen heeft men middels vele documenten getracht om een vast rechtssysteem op te bouwen. Een klein gedeelte van die documenten heeft de tand des tijds weten te doorstaan en nog minder daarvan hebben een grote reputatie weten op te bouwen. Eén van deze befaamde documenten uit de rechtsgeschiedenis is de Magna Carta.

Deze bekendheid geniet het document niet zomaar, want het wordt doorgaans beschouwd als het document dat het rechtssysteem in Engeland heeft vormgegeven. Sinds de uitvaardiging van het document aan het begin van de dertiende eeuw onder koning Jan is de Magna Carta een vast juridisch begrip geworden voor de Engelse wetgeving. Tot op de dag van vandaag kan men nog enkele gedeeltes van het document terug vinden in de statuten van het Engelse parlement.[1]

Over het daadwerkelijke belang van de Magna Carta zijn de historici het echter bij lange na niet met elkaar eens. Deze discussie laaide in 2015 weer op, met de achthonderdjarige viering van het optekenen van het document, een uitgelezen kans natuurlijk om nog eens stil te staan bij de overlevering van de Magna Carta.

Wat is nu exact het probleem wanneer wij het over het belang van de Magna Carta hebben? Over het algemeen zou je zeggen, zeker wanneer je bedenkt dat enkele passages nog deel zijn van de Engelse wetgeving, dat het belang toch vrij duidelijk is. De gangbare gedachte weet de Amerikaanse historica ShrutiRajagopolan doeltreffend samen te vatten wanneer ze schrijft dat de Magna Carta symbool is geworden van gerechtigheid en een eerlijk proces.[2]

Een vrij resolute beschrijving en de kern van het verhaal zou je dus zeggen. Menigeen historicus is het daarentegen compleet oneens met deze opvatting. De Engelse middeleeuwse historicus Sir James Holt bijvoorbeeld begint een hoofdstuk in zijn boek ‘Magna Carta’ door simpel te stellen dat de initiële opzet van het document een complete afgang was.[3] Hij schrijft even verderop dat het daarnaast menig modern historicus eerder zal opvallen dat het document enkele vrijheden[4] erkent, maar niet algehele vrijheid onderschrijft.[5] 

Een ander die kritische noten stelt bij deze gangbare visie is de Amerikaanse professor van rechten Thomas Lund. In zijn stuk ‘Magna Carta: therule of law’ schrijft hij dat het niet de Magna Carta was die de ‘rule of law’ introduceerde, maar dat deze al aanwezig was voor de hele gebeurtenis te Runnymede en dat men niet veel aandacht schonk aan het document.[6]

Daarentegen zijn er ook weer enkele schrijvers die juist wel het belang van de Magna Carta onderschrijven. Zo schrijft de federale rechter Stephen Williams in zijn stuk ‘Words, words, words’ dat met name de retorische waarde van het document het mogelijk maakte om praktische problemen op te lossen, zowel in de feodale periode van dertiende-eeuws Engeland, als latere perioden in de geschiedenis.[7] 

Kortom, er is een levendig debat gaande, wanneer wij het hebben over het belang van de Magna Carta. Dit essay zal zich gaan richten op deze kwestie en daarbij staat natuurlijk de vraag centraal in hoeverre de Magna Carta gezien kan worden als een document dat drastische gevolgen heeft gehad voor het Engelse rechtssysteem; wat is uiteindelijk de waarde die wij mogen hechten aan dit document?

Dit essay zal bestaan uit drie onderdelen, die tezamen een beeld kunnen geven inzake het historiografische debat. Voordat wij ons echter gaan richten op de verschillende opvattingen en benaderingen die aanwezig zijn in het debat, moeten wij eerst kijken naar het hoe en wat van de Magna Carta zelf. Want waarom is het document in de eerste plaats opgetekend? Wie waren er bij betrokken en welke belangen speelden er allemaal een rol? In het eerste hoofdstuk zal er een korte historische samenvatting gegeven van de aanloop tot het opstellen en ondertekenen van de Magna Carta te Runnymede in 1215.

Vervolgens kijken we naar de belangrijkste clausules van de Magna Carta. Ik beperk mij hier tot de drie clausules die door historici in het algemeen beschouwd worden als de belangrijkste en meest unieke van allemaal, te weten clausules 13, 39 en 40. In het kort staan we stil bij de betekenis van deze clausules en waarom ze als belangrijk worden beschouwd.

In het laatste hoofdstuk kijken we naar een aantal opvattingen die binnen de historiografie te vinden zijn over de Magna Carta. Overkoepelend thema is de overlevering van het document an sich; niet alleen is het belangrijk om te achterhalen wat de waarde van het document is, maar ook op welk gebied. De ene historicus zal namelijk vooral naar de inhoud gaan kijken, terwijl de ander eerder naar het denkkader gaat kijken.

Tenslotte staan wij op het einde stil bij de status van het debat dat momenteel heerst. Aan de hand van het onderzoek dat dit essay presenteert, zullen we de balans kunnen opmaken; welke waarde hechten historici over het algemeen aan de Magna Carta, waarom wordt dit belang er aan gehecht en nog belangrijker, wat kunnen wij hier als historici mee? Welke uitdagingen liggen ons nog op te wachten en wat kunnen wij allemaal nog gaan ontdekken?

 

De aanloop naar de Magna Carta

Voordat we dieper op de Magna Carta in gaan en het historische debat rondom het belang van dit document, is het noodzakelijk om eerst in het kort de voorgeschiedenis te bespreken. In dit hoofdstuk wordt er gekeken naar de opkomst van het document en naar de reden waarom dit document als uniek wordt beschouwd. Hierbij richten wij ons op de Angevijnse dynastie en focussen wij ons specifiek op Hendrik II en Jan zonder Land. Er wordt gebruik gemaakt van een chronologisch lopend verhaal, dat de nadruk legt op de juridische aspecten van hun heerschappij.

Men dient goed te beseffen dat twaalfde-eeuws Engeland geen enkele constitutie kende. Er was geen sprake van een centraal apparaat dat alle facetten overzag, zoals wij dat tegenwoordig hebben.[8] Dit wil echter nog niet zeggen dat de Magna Carta, laat staan de idealen erachter, zomaar uit de lucht kwam vallen. Sterker nog, enkele belangrijke juridische eigenschappen die wij aan de Magna Carta toekennen, waren al in zekere mate aanwezig in het rechtssysteem. Met name de baronnen, die later nog een belangrijke rol gaan spelen, waren maar al te bekend met enkele van deze maatregelen die onder Hendrik II en Richard I werden genomen.[9] 

Met name onder Hendrik II zijn grote stappen gezet. Onder zijn heerschappij werd tezamen met Ranulf de Glanvill een wetshervorming in werking gezet, die kan worden gezien als de eerste stap richting een uniform rechtssysteem[10] en nog belangrijker, als een stap richting de totstandkoming van de Magna Carta.

Een van de belangrijkste rechten die werd vastgelegd in de Magna Carta is dat van ‘due process,’ ofwel een eerlijk proces. Geheel nieuw was deze praktijk echter niet, want onder Hendrik II was het al mogelijk om bijvoorbeeld een ‘trial by peers’ te krijgen, in plaats van een ‘trial by battle.’[11] Ironisch wordt het ook, wanneer wij teruglezen dat Jan, toen hij nog baron was, al over wilde gaan op due process. Dit wilde hij om de arbitraire wil van de ambtenaren van de koning tegen te kunnen gaan[12], een argument dat we later nog terug zullen zien komen.

Onder Hendrik II was er dus al enigszins sprake van een belangrijk element in de vorm van een eerlijk proces. Deze maatregel was er echter alleen ter bescherming van vazallen tegen baronnen en de baronnen onderling. De baronnen zelf werden niet beschermd tegen de wil van de koning.[13] Men kan hier al een twistpunt in zien wat een basis zal vormen voor de totstandkoming van de Magna Carta.

Je zou je kunnen afvragen waarom de baronnen niet in opstand zijn gekomen tegen Hendrik II of Richard I. Waarom ging het toch mis bij Jan zonder Land? Zeer waarschijnlijk komt dit doordat Hendrik II zich over het algemeen voorzichtiger opstelde ten aanzien van juridische zaken, terwijl Richard I gedurende het leeuwendeel van zijn heerschappij afwezig was. Jan was echter volledig aanwezig en voorzichtigheid was niet zijn voornaamste eigenschap.[14] 

Jan zonder Land had daarbij zijn bijnaam te danken aan het verlies van Normandië en zijn vele vruchteloze buitenlandse campagnes. Wat daar ook nog eens bij kwam kijken was een openlijk agressieve houding tegenover zijn vazallen, die zich met name uitte in een drukkend financieel beleid, om zo zijn oorlogen te kunnen bekostigen.[15] Jan was bereid om ver te gaan voor het geld en het was niet ongewoon dat hij gijzelaars gebruikte als pressiemiddel jegens edelen die niet snel genoeg betaalden of simpelweg te opstandig werden.[16] 

De achteloze houding van Jan, tezamen met al deze andere maatregelen zorgden dus voor een bijzonder gespannen politiek klimaat.[17]De Magna Carta is dan ook uiteindelijk tot stand gekomen dankzij de combinatie van twee conditionele voorwaarden. Ten eerste is er sprake van een politiek klimaat dat uiteindelijk overging in een crisis. Ten tweede hield Europa en met name haar elite zich steeds meer bezig met politieke filosofie en het uitwerken van juridische zaken.[18] Het filosofische klimaat kortom, was ook aan het veranderen.

De Magna Carta is hoe dan ook onlosmakelijk verbonden met de omstandigheden die veroorzaakt zijn door Jan.[19] Voor de baronnen was er door de houding van de koning de noodzaak om hem aan de wet te onderwerpen en juist dat is het unieke karakter van de Magna Carta.[20] 

Je zou echter ook kunnen zeggen dat de oorzaak van het ontstaan van de Magna Carta, evenals vele andere juridische documenten, in oorlog ligt. Er zijn immers talloze voorbeelden te bedenken van een koning die privileges en vrijheden toekent aan zijn onderdanen, na het verloop van een oorlog of conflict.[21] Wat dat betreft is het bestaan van de Magna Carta niet uniek te noemen en valt het binnen een langlopende traditie.

Wat wel bijzonder is aan deze hele ontwikkeling, is dat Jan al bereid was om zich toe te leggen op de eisen van de baronnen. Sterker nog, deze wil was er al voordat hij de Artikelen van de Baronnen voor zich kreeg en ook voordat hij de Magna Carta onder ogen kreeg. In tegenstelling tot zijn vader en broer was Jan al enigszins bereid om essentiële facetten van de Magna Carta te erkennen. Hierbij gaat het om ‘due process’ (judicium), ‘trial by peers’ (parium suorum) en de ‘law of the land’ (legem terre).[22] 

In 1215 wordt de Magna Carta door Jan, onder druk van de baronnen ondertekend en hebben we de allereerste versie van dit document te pakken. Deze versie gaan we nu wat grondiger bekijken.

 

Drie belangrijke clausules

Nu we de voorgeschiedenis hebben behandeld, is het duidelijk waarom de Magna Carta tot stand is gekomen. Voordat we echter overgaan op het historiografisch debat, is het van belang om de Magna Carta er zelf even bij te pakken. Men dient zich echter bewust te zijn van het feit dat de Magna Carta meerdere malen herschreven is en in hierdoor maar liefst drie versies kent, elk met hun eigen, unieke inhoud. In dit hoofdstuk kijken wij echter specifiek we naar de drie clausulen die in alle versies zijn overgebleven. Van de 63 originele eisen vallen er dus 60 weg, waardoor er niet veel meer overbleef van de oorspronkelijke inhoud. Deze drie zijn echter niet zomaar overgebleven, want zij vormen de kern van de legende van de Magna Carta. Het gaat hier om clausules 13, 39 en 40.

De eerste van deze drie clausules stelt dat ‘The city of London shall enjoy all its ancient liberties and free customs, both by land and by water. We also will and grant that all other cities, boroughs, towns, and ports shall enjoy all their liberties and free customs.’[23] Clausule 39 stelt dat ‘No free man shallbeseized or imprisoned, or stripped of his rights or possessions, or outlawed or exiled, or deprived of his standing in anyother way, nor will we proceed with force against him, or send others to do so, except by the lawful judgement of his equals or by the law of the land.’[24] Tenslotte hebben we clausule 40 die ons uitlegt dat ‘To no one will we sell, to no one deny or delay right or justice.’[25]

Er zijn nog een boel andere clausules aanwezig. Deze gaan wij echter niet behandelen, omdat het om vrij gewone maatregelen gaat. Op deze drie bijzondere punten na is de Magna Carta namelijk eigenlijk een doodnormaal document. Zoals al eerder is vermeld, was het namelijk vrij gewoonlijk om bepaalde vrijheden op te stellen in een document.

Wat de drie genoemde clausules zo belangrijk maakt, is dat ze de autoriteit van de koning dusdanig inperken, dat hij niet lukraak mensen hun bezit kan onteigenen of mensen kan straffen, zoals hij dat wil. Wat de Magna Carta specifiek tracht te bereiken met deze maatregelen is dat de koning niet meer het recht naar zijn eigen hand mag zetten.[26] De Magna Carta is wat dat betreft dan ook een vrij tegenstrijdig document. Enerzijds wordt er namelijk vastgesteld dat de koning enkele privileges kent die geen ander persoon mag gebruiken, anderzijds werd het document afgedwongen, omdat Jan zich niet aan de wet hield.[27] Er wordt dus bepaald dat de koning geen recht heeft om tegen deze maatregelen te zijn, maar waar halen de baronnen dit recht vandaan?

 

Magna Carta in de historiografie

In het kort hebben wij nu de geschiedenis van de Magna Carta besproken en hebben wij het document nader bekeken om te kijken welke clausules zo bijzonder en bovenal belangrijk worden geacht. Uiteindelijk blijft dan nog de vraag wat de uiteindelijke overlevering van de Magna Carta genoemd mag worden, specifiek in het historische debat over dit juridische document.

Dit hoofdstuk zal zich specifiek gaan richten op de verschillende interpretaties van de overlevering van de Magna Carta. Het document wordt door een grote groep als zeer waardevol beschouwd, maar door een andere groep als vrij irrelevant. Beide groepen baseren hun waardering voor het document op verschillende benaderingen van het document, waarvan enkele langs zullen komen in dit hoofdstuk. Overkoepelend zal echter gekeken worden naar de historische waardering, of in sommige gevallen, het gebrek daaraan, van de Magna Carta.

In het artikel ‘Magna Carta: Rule of law and the limits on government’ kijkt de econoom Jesus Fernandez-Villaverde naar de invloed die het document heeft gehad op het vormen van de rule of law en hoe men door de eeuwen heen het document geïnterpreteerd heeft.  Hij wijst ons er als eerste op dat de Magna Carta door velen tegenwoordig eerder als een lieu de memoire wordt beschouwd, niet als een relevant juridisch document. Dit betekent dat de Magna Carta gezien kan worden als een bepaald cultureel denkkader, dat uniek is voor de Engelse samenleving. Het gaat daarbij om een framework wat vele facetten van het Engelse rechtssysteem omslaat.[28]

De vraag die echter blijft terugkomen is wat de rule of law nu precies inhoudt. Concepten zijn immers zaken die goed gedefinieerd dienen te worden en zeker juridische concepten hebben er vaak last van te vaag geformuleerd te zijn.[29] Belangrijk bij het idee van de rule of law is dat het recht doet aan principes, achterliggende ideeën die vast liggen en niet draaien om de belangen van enkelen.[30] De Engelse dertiende-eeuwse historicus Henry de Bracton schreef al enkele jaren na het opstellen van de Magna Carta over de rol die het document speelde bij het formuleren van een natural law. Specifiek had hij het dan al over een systeem van checks and balances tussen de koning en de baronnen.[31] Dit systeem komt in vele landen wel voor en een zeer bekend voorbeeld zijn de Verenigde Staten van Amerika.

De Amerikaanse rechtsgeleerde Tom Ginsburg is echter zeer kritisch over deze benadering van de Magna Carta als primaire drijfkracht achter de rule of law. In zijn artikel ‘Stop revering Magna Carta’ vertelt hij dat er een compleet onterechte overlevering is gecreëerd. Het document is namelijk tot stand gekomen dankzij een oorlog, maar de intenties achter de Magna Carta gingen vooral over de privileges van de baronnen, indien men naar de inhoud zelf kijkt.[32] Volgens hem is er dan ook een mythe tot stand gekomen, die met name is aangewakkerd door de zestiende-eeuwse Engelse jurist Sir Edmund Coke, die de Magna Carta aangreep als argument tegen de toenmalige Stuart-monarchie.[33] Hij is dan ook vrij cynisch over de overlevering van het document, zeker wanneer de Magna Carta wordt aangehaald in de Verenigde Staten. Het document is met name populair, aldus Ginsburg, omdat het Engels is, niemand het daadwerkelijk inhoudelijk gelezen heeft en je het, net als Coke, kunt interpreteren zoals jij dat zelf wilt.[34] Veelzeggend is dan ook de laatste zin van zijn artikel: ‘Like the Holy Grail, the myth of Magna Carta seems to matter more than the reality.’[35]

Dit gaat natuurlijk om een kwestie van interpretatie van de Magna Carta en Fernandez-Villaverde wijst ook op het verschil in ‘thick-‘ en ‘thin-‘interpreteren en hoe dit invloed heeft op de manier waarop je kijkt naar de Magna Carta.[36] In Europese landen is er eerder sprake van een thin-interpretatie, waarbij de nadruk meer ligt op het positivistisch benaderen van recht, terwijl in de Verenigde Staten eerder vanuit een thick-interpretatie wordt geredeneerd, waarmee de nadruk komt te liggen op achterliggende principes. Als er nieuwe wetten moeten komen, dan dienen de rechters te kijken of deze wel voldoen aan de achterliggende principes.[37]

De Amerikaanse econoom Allan Meltzer en rechtsgeleerde Kenneth Scott gooien het over een andere boeg. Zij erkennen nadrukkelijk dat de inhoud van de Magna Carta inderdaad bijzonder tijdsgebonden is en een oplossing formuleert voor toenmalige problemen.[38] Zij geven echter ook aan dat het belang van de Magna Carta hem juist ligt in het nadrukkelijk beschermen van eigendom, waarbij zij het document omschrijven als een blauwdruk voor de rule of law.[39] Zoals al eerder is aangegeven, haalt de rule of law onzekerheid weg bij het volk, door de willekeur van de koning in te perken. Op deze wijze biedt het document een vergroting van persoonlijke vrijheden, wat volgens hen uiteindelijk ook de basis is geweest voor de ontwikkeling van het juridisch bestel van de Verenigde Staten.[40]

De historicus Richard Epstein kijkt ook positiever naar de historische gevolgen van de Magna Carta. In zijn artikel ‘The two sides of Magna Carta: how good government sometimes wins out over public choice’ kijkt hij naar de balans die het document maakt tussen twee politieke theorieën; die van de ‘good government’ en ‘public choice.’[41] Bij good government moet men denken aan individuen die zelf bepalen hoe er wordt gehandeld; enkelen nemen de leiding bij het regeren. Gevaar hierbij is natuurlijk dat er geen mogelijkheid is om tegenwicht te bieden, indien er slechte heersers aan de macht zijn.[42] Daartegenover heb je de theorie van public choice, die zeker in moderne maatschappijen terug te vinden valt. Centraal staat een groep burgers die tezamen voor het ‘algemene belang’ gaan. Probleem bij deze theorie is dat de kans groot is dat dit op protectionistisch beleid uitloopt en dat verstandige mensen niet het merendeel van de bevolking uitmaken.[43] Kortom, de uitdaging is er om een goede balans tussen deze twee te vinden en daar speelt de Magna Carta een grote rol in.[44]

Epstein zegt dat de Magna Carta een gebalanceerd document is. De intentie van het document was volgens hem dan ook om eerder een bepaalde gedachte te beschermen. Het recht op eigendom is hier een belangrijk voorbeeld van.[45] Uiteindelijk is het zogenaamde ‘algemene belang’ dan ook belangrijker geweest dan de specifieke interesses van de baronnen.[46]

De Amerikaanse historica Shruti Rajagopalan tracht ook een gebalanceerd beeld te geven van de Magna Carta, door te kijken naar de wijze waarop het juridische document de eeuwen heeft weten te doorstaan. In haar artikel ‘Magna Carta revisited: parchment, guns and constitutional order’ vraagt zij zich af hoe het toch kan dat het document an sich al eeuwenlang invloed weet uit te oefenen op het politiek discours, terwijl de inhoud zelf eigenlijk vrijwel geheel verdwenen is in de loop der tijd.[47]Sterker nog, van de oorspronkelijke 63 clausules hebben slechts drie de tand des tijds weten te doorstaan.[48]

Wellicht de meest belangrijkste van deze drie clausules is clausule nummer veertig, die als volgt luidt: “To no one will we sell, to no one deny or delay right or justice.”[49] Kortom, ongeacht de omstandigheden en achtergrond van de desbetreffende persoon, iedereen heeft recht op een proces. Deze clausule diende echter beschermd te worden door middel van clausule 61, alleen heeft deze het niet overleefd. Clausule 61 stelt namelijk dat er een raad van 25 baronnen dient te worden ingesteld, om er voor te zorgen dat de koning zich aan de voorwaarden van het document blijft houden. Deze raad dient zich echter ook aan de Magna Carta te houden en mag geen geweld gebruiken tegen de koning en zijn gezin.[50]

Rajagopalan vraagt zich dus terecht af hoe het mogelijk is dat clausule veertig het wel overleefd heeft, zonder de bescherming van clausule 61. Het is immers meestal zo dat procedurele regels, die een voorwaarde schetsen aan andere regels, duurzamer zijn dan substantieve regels.[51] De vraag is dan ook hoe je een document als de Magna Carta kunt bekrachtigen, zonder enige vorm van procedures.[52] Zij legt uit dat er vier grote problemen waren met deze clausule, zoals die is opgesteld in 1215. Zo kregen de 25 baronnen die als raad zouden worden aangesteld veel te veel macht. In principe was het hun taak om toezicht te houden op de koning,[53] maar wie zou er dan toezicht houden op de baronnen? De baronnen moesten zich volgens het document weliswaar aan de voorwaarden houden, maar het probleem was dus dat deze voorwaarden door hen zijn opgesteld.[54]

Tweede probleem lag hem in de ambiguïteit van het document. Er was nog veel te discussiëren over de inhoud hiervan, maar wat de koning ook in te brengen zou hebben, de raad van 25 zou toch het laatste woord hebben.[55] Daarnaast bestond de raad vrijwel alleen maar uit opstandige baronnen, die geen interesse hadden in de belangen van Jan. Sterker nog, in dit document zagen zij een uitstekend middel om macht uit te oefenen over de koning, wat de relatie tussen beide partijen alleen maar op scherp stelde.[56] Tenslotte hadden de baronnen wel degelijk belangen die tegen de inhoud van de Magna Carta in gingen.[57]

Deze redenen tezamen vormen volgens Rajagopalan de reden voor het falen van de oorspronkelijke Magna Carta uit 1215. Feit is wel dat de Magna Carta zowel procedurele als substantieve regels bevatte en keek naar de belangen van meerdere groepen, elk met hun eigen belangen. Probleem was echter dat het document zelf te veel in het voordeel van één groep was opgesteld, waardoor er geen sprake was van checks and balances.[58]

Uiteindelijk kunnen we enkel vaststellen dat de werkelijke ‘winnaar’ de versie van 1225 is geweest, die onder Hendrik III is opgesteld. Deze versie was namelijk veel symmetrischer van aard en was daarom een versie die de belangen van elke partij goed tegen elkaar afwoog. Hierdoor is het juist de afwezigheid van een procedurele causule geweest, die gezorgd heeft voor een duurzaam document. Dit is volgens Rajagopalan dan ook het unieke van de Magna Carta.[59]

 

Conclusie

Wat het historiografisch debat ons laat zien inzake de Magna Carta, is hoe moeilijk het is om een duidelijke interpretatie te kunnen geven aan zaken, wanneer filosofie, jurisdictie en praktische aangelegenheden door elkaar lopen. Enerzijds blijkt uit de handelingen van de baronnen dat zij met name waarde hechtten aan hun eigen belangen; dat ze uit waren op meer macht, ten koste van de koning. Wat dat betreft is het dus ook niet raar dat de eerste versie van de Magna Carta uit 1215 een jammerlijke mislukking was, die al na enkele maanden opzij werd geschoven door een koning die zich te veel gepasseerd voelde. Anderzijds kunnen wij ook prima aantonen dat er meer achter het document zit dan enkel de privileges van een selectief groepje baronnen. Er werden duidelijke grenzen gesteld aan de macht van de koning en de drie belangrijkste clausules hebben het uiteindelijk wel overleefd. Uitgerekend de clausules die de belangrijkste rechten van ieder vrij mens vast legden, wisten verankerd te worden in de wet.

Daarnaast blijkt ook hoe ontzettend delicaat de situatie is geweest, maar tegelijkertijd ook weer vrij normaal. Dergelijke verdragen werden immers vaker opgesteld en koningen moesten vaker rechten toe kennen aan bepaalde groepen. Zelfs Jan, doorgaans afgeschilderd in contemporaine media als een afschuwelijke despoot, was al bereid om enkele van de geëiste concessies te doen. Het document heeft daarnaast vele generaties geïnspireerd om een eerlijke wetgeving tot stand te doen brengen en om zo goed mogelijk de persoonlijke vrijheden te waarborgen. De Magna Carta weet vele filosofieën en politieke theorieën met elkaar te verbinden, wat toch wel als een prestatie mag worden beschouwd.

Kortom, zo zwartgallig als sommigen het stellen, is de overlevering van het document niet. Er werden inderdaad specifieke privileges opgeëist, maar wie zich enkel op de directe inhoud focust, vergeet al snel om een stapje hoger te zetten. Complete idealisering van het document is echter ook niet op zijn plaats, daar het niet enkel om een ideaal ging, maar ook om bepaalde zaken te verwerven die geen ideologische grondslag hebben. Er ligt dus nog een taak klaar voor historici om deze nuancering duidelijk over te brengen op het grotere publiek. Want hoe nobel de doelstellingen van de baronnen ook worden gepresenteerd en hoe erg Jan ook wordt afgebeeld, uiteindelijk blijken de baronnen wel wat weg te hebben van Jan, terwijl de koning al enigszins bereid is om rechten toe te kennen. Idealisme en pragmatisme liggen wat dat betreft perfect in elkaars verlengde en komen samen in dit document. Laat ons dus niet te snel de roze bril opzetten, maar laten we zeker niet grijpen naar een zwarte bril, want voor een achthonderd jaar oud document heeft de Magna Carta toch heel wat voor elkaar gekregen, zelfs in een afgeslankte vorm.

 


Noten

[1]John Cannon, ed. The Oxford companion to British history. 2e editie (Oxford: Oxford University Press, 2009), Magna Carta.

[2]Shruti Rajagopolan, “Magna Cartarevisited: parchment, guns, and constitutional order,” International Review of Law and Economics47, no. S (augustus 2016): 54.

[3]James C. Holt, George Garnett en John Hudson. Magna Carta. 3e editie (Cambridge: Cambridge University Press, 2015), 33.

[4] Holt spreekt hier over ‘liberties,’ een term die zich duidelijk van ‘freedom’ onderscheidt, maar in het Nederlands geen specifieke vertaling kent, daar wij beide termen met vrijheid vertalen.

[5] Holt e.a. Magna Carta, 36.

[6]Thomas Lund, “Magna Carta: the rule of law in early common law litigation,” International Review of Law and Economics 47, no. S (augustus 2016): 47.

[7] Stephen F. Williams, “Words, words, words: the remarkable perseverance of Magna Carta,” International Review of Law and Economics 47, no. S (augustus 2016): 67.

[8]Holt, 49.

[9]John W. Baldwin, “Due Process in Magna Carta: Its sources in English law, canon law and Stephen Langton,” in Magna Carta, religion and therule of law. Ed. Robin Griffith-Jones en Mark Hill (New York: Cambridge University Press, 2015), 33.

[10]Christopher Harper-Bill en Nicholas Vincent. Henry II: New interpretations (Woodbridge: Boydell Press, 2007), 215.

[11]Baldwin, “Due Process,” 33-34.

[12]Baldwin, 34.

[13]Baldwin, 34.

[14]Baldwin, 34.

[15]Holt, 177.

[16]Holt, 176.

[17]Holt, 178.

[18]Holt, 174.

[19]Holt, 174.

[20]Baldwin, 34-35.

[21]Holt, 50-51.

[22]Baldwin, 35-36.

[23] Clausule 13, Magna Carta, Vert. G.R.C. Davis (Londen: British Library, 1989).

[24] Clausule 39, Magna Carta.

[25] Clausule 40, Magna Carta.

[26] Susan Reynolds. Kingdoms and communities in Western Europe, 900-1300. 2e editie (Oxford: Clarendon Press, 1997), 55.

[27] Elizabeth Gemmill, “King John, Magna Carta and the thirteenth-century English Church,” in The rights and aspirations of the Magna Carta, ed. Elizabeth Gibson-Morgan en Alexis Chommeloux (Cham: PalgraveMacmillan, 2016), 3.

[28]Jesús Fernández-Villaverde, “Magna Carta, the rule of law, and the limits on government,” International Review of Law and Economics47, no. S (augustus 2016): 22.

[29]Fernández-Villaverde, “Magna Carta,” 23.

[30]Fernández-Villaverde, 24.

[31]Fernández-Villaverde, 24.

[32]Tom Ginsburg, “Stop revering Magna Carta,” https://www.nytimes.com/2015/06/15/opinion/stop-revering-magna-carta.html.

[33]Ginsburg, “Stop revering Magna Carta.”

[34]Ginsburg

[35]Ginsburg

[36]Fernández-Villaverde, 25

[37]Fernández-Villaverde, 25-27

[38]Allan H. Meltzer en Kenneth E. Scott, “The Magna Carta at 800,” http://www.hoover.org/research/magna-carta-800.

[39]Meltzer en Scott, “The Magna Carta at 800.”

[40]Meltzer en Scott.

[41]Richard A. Epstein, “The two sides of Magna Carta: how good government sometimes wins out over public choice,” International Review of Law and Economics 47, no. S (augustus 2016): 10.

[42]Epstein, “The two sides of Magna Carta,” 10-11.

[43]Epstein, 11.

[44]Epstein, 11.

[45]Epstein, 19.

[46]Epstein, 20.

[47]Rajagopalan, “Magna Carta revisited,” 53.

[48]Rajagopalan, 53.

[49] Clausule 40, Magna Carta.

[50] Clausule 61, Magna Carta.

[51]Rajagopalan, 54.

[52]Rajagopalan, 54.

[53]Rajagopalan, 55.

[54]Rajagopalan, 56.

[55]Rajagopalan, 56.

[56]Rajagopalan, 56.

[57]Rajagopalan, 57.

[58]Rajagopalan, 57.

[59]Rajagopalan, 58.

 

Bronnen

Baldwin, John W.  “Due Process in Magna Carta: Its sources in English law, canon law and Stephen Langton.” In Magna Carta, religion and the rule of law. Ed. Robin Griffith-Jones en Mark Hill, 31-52. New York: Cambridge University Press, 2015.

Cannon, John. Ed. The Oxford companionto British history. 2e editie. Oxford: Oxford University Press, 2009.

Gemill, Elizabeth. “King John, Magna Carta and the thirteenth-century English Church.” In The rights and aspirations of the Magna Carta.Ed. Elizabeth Gibson-Morgan en Alexis Chommeloux, 1-20. Cham: PalgraveMacmillan, 2016.

Epstein, Richard A. “The two sides of Magna Carta: how good government sometimes wins out over public choice.” International review of law and economics 47, no. S (augustus 2016): 10-21.

Fernández-Villaverde, Jesús. “Magna Carta, the rule of law, andthelimits on government.” International review of law and economics 47, no. S (augustus 2016): 22-28.

Ginsburg, Tom. Stop revering Magna Carta.

https://www.nytimes.com/2015/06/15/opinion/stop-revering-magna-carta.html. (Geraadpleegd op 01-06-2017).

Harper-Bill, Christoper en Nicholas Vincent. Henry II: New interpretations. Woodbridge: Boydell Press, 2007.

Holt, James C. en George Garnett en John Hudson. Magna Carta. 3e editie. Cambridge: Cambridge University Press, 2015.

Lund, Thomas. “Magna Carta: The rule of law in early common law litigation.” International review of law and economics 47, no. S (augustus 2016): 47-52.

Magna Carta. Vert. G. R. C. Davis. Londen: British Library, 1989.

Meltzer, Allen H. en Kenneth E. Scott.  The Magna Carta at 800 http://www.hoover.org/research/magna-carta-800. (Geraadpleegd op 01-06-2017).

Rajagopalan, Shruti. “Magna Carta revisited: parchment, guns, and constitutional order.” International review of law and economics 47, no. S (augustus 2016): 53-59.

Reynolds, Susan. Kingdoms and Communities in Western Europe, 900-1300. 2e editie. Oxford: Clarendon Press, 1997.

Williams, Stephen F. “Words, words, words: the remarkable perseverance of Magna Carta.” International review of law and economics 47, no. S (augustus 2016): 67-71.

 

Facebooktwitter

Be the first to comment on "De Magna Carta en de transformatie van het Engels recht"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*


Door de site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of als u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten