Eigendomsrechten en ontwikkeling

Facebooktwitter

De grote internationale ongelijkheid in welvaart is algemene kennis. Maar de achterliggende redenen achter de voortdurende achterstand en armoede van veel landen is niet altijd helemaal helder. De algemene historische wortels zijn natuurlijk duidelijk genoeg: de Europese dominering van de werelds grondstoffen en markten, gepaard met wetenschappelijke, technologische en industriële vooruitgang tijdens de laatste 200 jaar.  Europa en Noord-Amerika hebben zo een gigantische voorsprong verworven op de rest van de wereld, een voorsprong die de meeste derdewereldlanden tegenwoordig aan het dichten zijn.

Desalniettemin zijn wetenschap en onderwijs niet genoeg, zeker niet om iedereen een kans te bieden om zijn lot te verbeteren door eigen initiatief en onderneming. De concentratie van rijkdom en macht hebben een grote rol gespeeld in de kansloosheid en armoede van miljoenen. Maar, net zoals de ongelijkheid in de ontwikkeling van verschillende landen, is dit meer een symptoom dan een bron. Het fundamentele probleem, zoals meestal het geval is, is een gebrek aan vrijheid.

Eigendomsrechten: het geheim van de ontwikkeling

In zijn boek, Civilisation: the West and the Rest, schrijft Niall Ferguson over 6 ‘killer-apps’ die het Westen de bovenhand gaven voor de laatste vijfhonderd jaar. Een van die ‘killer-apps’ is ‘property’ – eigendom(srechten). Ter illustratie schetst Ferguson het verschil  in de Europese kolonisatie van de twee Amerika’s. Vanaf het begin bracht de kolonisatie van Noord-Amerika door de Engelsen een grootschalige distributie van land onder de kolonisten van de nieuwe wereld. In de tijd van voor de grote toename van de slavenhandel in de 18e eeuw, kwamen contractarbeiders uit de Britse Eilanden om in de plantages van Virginia te werken. Na een aantal jaar dienst kreeg elke arbeider een stuk grond om naar eigen inzicht te verbouwen. Dit systeem bereidde de weg voor een samenleving met een brede distributie van eigendomsrechten, en vrij snel ook voor democratische zelfbestuur. De kolonisatie van Zuid- en Centraal-Amerika door Spanje en Portugal was daarentegen bestempeld door een sterke concentratie van macht en eigendom van land, en creëerde een economie gebaseerd op uitbuiting van inheemse horigen door een kleine Europese elite. Zoals Ferguson opmerkt, wordt de politiek in die landen tot op de dag van vandaag gekenmerkt door de oproep voor de herverdeling van land.

Ogenschijnlijk gaat het om materiële ongelijkheid: miljoenen in Zuid-Amerika en andere ontwikkelingslanden zouden in kansloze armoede leven terwijl het kapitaal in bezit is van de hogere klassen. Maar dat beeld is bedriegend, althans op een subtiele manier. Het probleem van armoede is meestal niet één van ongelijkheid in het bezit van kapitaal, maar ongelijkheid in de capaciteit om dat kapitaal te benutten. Toen econoom Hernando de Soto armoede in ontwikkelingslanden bestudeerde, ontdekte hij dat de armen eigenlijk een enorme hoeveelheid land en kapitaal in bezit hadden. Het probleem was dat het grootste deel van dit eigendom niet formeel geregistreerd was, waardoor het onderdeel bleef van de informele economie en verre van optimaal gebruikt kon worden. Technisch gezien was registratie wel mogelijk, maar het vereiste ongelooflijk veel bureaucratisch gedoe en tijd; in ontwikkelingslanden gaat het vaak om jarenlange inspanning en hoge kosten om een onderneming te registreren of een eigendomsbewijs te krijgen voor een stuk grond. Als deel van zijn onderzoek werkte de Soto samen met zijn team, 6 dagen per week, om een kleding fabriekje wettelijk te registreren aan de rand van Lima, Peru. Dat kregen ze voor elkaar – 289 dagen later; het koste in totaal 1231 dollar – meer dan dertig keer de maandelijkse minimumloon.

Ongelijke eigendomsrechten

Door dit gebrek aan degelijke organisatie van eigendomsregistratie kunnen de mensen wiens voorouders van horigheid bevrijd waren nog steeds geen effectief gebruik maken van hun vrijheid. Voor de middenstand en hoger is het een ander verhaal; die krijgen in dezelfde landen relatief makkelijk en snel de nodige documentatie. Effectief discrimineert het juridische stelsel tegen de armen, soms als gevolg van bewust beleid om ze onder de duim te houden, maar vaak juist als gevolg van socialistisch beleid dat bedoeld was om ze te beschermen tegen uitbuiting. Het resultaat is hetzelfde: een ongelijkheid onder de wet die het mogelijk maakt voor iemand uit de middenklasse om een bedrijf te registreren binnen een paar weken, terwijl zoiets voor een berooide boer twee jaar bureaucratisch gedoe betekent.

Het is de afwezigheid van een juridisch stelsel dat ieders eigendomsrechten gelijkwaardig bekrachtigt die het voor de armen erg moeilijk maakt om hun bezit effectief te benutten – of het nou gaat om land, huizen of ondernemingen. Zonder bewijs van eigendom is het immers moeilijk om land te gebruiken als zekerheid voor leningen, om te ondernemen en vooruit te komen. Zonder een juridisch stelsel dat eigendomsrechten faciliteert hebben velen geen toegang tot de bredere markt en dus geen mogelijkheid om de vruchten te plukken van zowel wat men al bezit als van de mogelijkheden die de vrije markt men biedt om uit armoede te stijgen.

Zonder eigendomsregistratie is het ook makkelijker voor gezaghebbers, die eigendomsrechten horen te beschermen, om precies het tegenovergestelde te doen. Als het in een arm land veel tijd en geld kost om een vergunning te krijgen voor een zaak, kunnen veel kleine ondernemers het zich simpelweg niet veroorloven. Het gevolg daarvan is dat het makkelijk wordt voor de autoriteiten om van alles te onteigenen, gezien het officieel tot de zwarte markt behoort. Een juridisch systeem dat zorgt voor algemene toegang tot eigendomsrechten is dus cruciaal voor de vooruitgang en welvaart van paupers: om hun bestaande bezit te behouden en om toegang te krijgen tot de kansen die de economie hen biedt. Waar de staat ervoor zorgt dat deze mogelijkheden voor iedereen open staan, zullen weinigen ongemotiveerd blijven de kans te grijpen om te werken en te investeren in een betere toekomst.

Het probleem met ontwikkelingshulp

Waar eigendomsrechten schaars zijn, is economische ontwikkeling beperkt, en de vruchten ervan zijn het voorrecht van een kleine elite. Met ontwikkelingshulp proberen buitenlandse overheden dit soort landen te helpen, maar vaak heeft het de tegenovergestelde invloed. Een goed voorbeeld is de situatie in Ethiopië, een land dat in onze gedachten jammer genoeg verbonden is aan beelden van verhongering en armoede en dikwijls het doel is van liefdadigheidscampagnes. Nochtans is het eigenlijk grotendeels een vruchtbaar land, dat de capaciteit heeft om zijn gehele bevolking te voeden. Dit wordt voorkomen door de Ethiopische overheid; zij is eigenaar van al het land en besluit wie er gebruik van kan maken. Dat betekent onteigening – herders en boeren die worden verdreven van land waar ze al generaties gebruik van maken. In plaats van de Ethiopische burger, is het al te vaak de buitenlandse ondernemer aan wie de Ethiopische regering het land verhuurt, en die gebruiken het om maïs of ander gewas te telen – hetgeen zij, vaak genoeg, weer verkopen aan de hulporganisaties die het in hetzelfde land uitdelen. De overheid aldaar weet dat zij het imago van het land in het buitenland kan gebruiken om zich te verzekeren van de stroom van voedsel en ontwikkelinshulp terwijl zij ondertussen rijk wordt ten koste van de bevolking. Vele Ethiopische burgers zijn hierdoor afhankelijk geworden van externe hulp en zijn gedemoraliseerd omdat er geen werk nodig is om brood op tafel te brengen en omdat er ookgeen mogelijkheid is om vooruit te komen door werk of onderneming.Het land is niet van hen om te gebruiken, noch is hun levensonderhoud afhankelijk van hun arbeid. Privaat initiatief loopt als gevolg achter.

Zoals het Ethiopische voorbeeld aantoont, is ontwikkelingshulp vaak niet alleen ineffectief, het doet niets aan de kern van het probleem: almachtige overheden die eigendomsrechten niet respecteren noch verdedigen. Integendeel: ontwikkelingshulp heeft in de derde wereld gezorgd voor een aanzienlijke vergroting van de concentratie van rijkdom in de handen van overheden en bestuurlijke elites. Het doet denken aan het totalitaire schrikbeeld waar F. A. Hayek voor waarschuwt in zijn boek De Weg naar Slavernij – een situatie waar “geen weg naar rijkdom en eer bestaat behalve door de overheid”. Een overheid met zo’n houdgreep op de welvaart van haar burgers wordt snel zeer corrupt, en kan ook een doelwit worden van geweld, omdat het dan makkelijker kan zijn om rijk te worden door middel van een staatsgreep of omkoping dan door eerlijk werk. De corruptie en instabiliteit van veel Afrikaanse landen tonen dit goed aan.

Maar het gaat nog verder: zoals de Zambiaanse econoom Dambisa Moyo in haar boek, Dead Aid, omschrijft, komt ontwikkelingshulp gepaard met rampzalige perverse prikkels voor ontvangende overheden. Kort gesteld, de staat, die de grootste bron wordt van inkomen met dank aan het ontwikkelingssamenwerkingsgeld die ze in ontvangst neemt, heeft geen nood om haar burgers te belasten. Bij gevolg, abdiceert de overheid haar verantwoordelijkheden jegens haar burgers. Voor de elite die het land bestuurt, wordt de staat niet meer dan een bron van politieke rente. Op die manier heeft een overheid weinig belang bij de ontwikkeling van haar land en investeert er ook niet in; niet door fatsoenlijke veiligheid, noch door infrastructuur of registratie van eigendom – de economie van het land is toch niet haar bron van inkomen. Integendeel, haar bron van geld – ontwikkelingshulp – is juist afhankelijk van de armoede die het zou moeten lenigen. Dit proces bevoordeelt niet de armen, maar de hebzucht van hun landgenoten in de elite die de staat uiteindelijk dient.

Conclusie

De sleutel tot een vrije en welvarende samenleving ligt in de verspreiding van eigendomsrechten onder de bevolking en een fatsoenlijke ondersteuning en beveiliging ervan door de staat. De welvaart en ontwikkeling van veel landen worden geteisterd door de afwezigheid van de eigendomsrechten, die cruciaal zijn voor de materiële vooruitgang van het individu. Wanneer de overheid haar verantwoordelijkheid jegens haar burgers ontwijkt door haar taken van ondersteuning en beveiliging van eigendomsrechten te verzuimen, is armoede het resultaat.

Zoals aangetoond, heeft ontwikkelingshulp niet alleen het gevolg van concentratie van macht in de handen van overheden, maar maakt diens inkomens in zekere mate afhankelijk van de voortzetting van de armoede van de bevolking. Dat valt wellicht te verwachten van een oplossing die het paard achter de wagen spant – het probeert namelijk welvaart te brengen zonder een stevig fundament van eigendomsrechten.

Wat ontwikkelingslanden nodig hebben, is een stelsel van eigendomsrechten en beleid dat dit versterkt; niet een geldstroom vanuit het buitenland. Als westerse landen willen helpen, moeten zij precies hetzelfde doen: eigendomsrechten versterken, door het afschaffen van handelsbelemmeringen. Het kapitalisme heeft meer mensen uit de armoede geloodst dan enige hulp of liefdadigheid ooit zou kunnen – en hoe meer vrije ondernemerschap overal ter wereld de ruimte krijgt, hoe sneller we van armoede geschiedenis kunnen maken.

Facebooktwitter

Be the first to comment on "Eigendomsrechten en ontwikkeling"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*


Door de site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of als u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten