Politiek en media willen de directe democratie ondermijnen

Facebooktwitter

VVD en PvdA schuiven de uitslag van het Oekraïne-referendum voor zich uit. Wat velen al voorspelden wordt steeds waarschijnlijker: onze regering gaat helemaal niets doen met de raad van het volk. Op het eerste gezicht lijkt het daarom alsof het referendum voor niets is geweest, maar het heeft de elite ontmaskerd op een manier die niet in waarde uit te drukken is. De reactie van de Nederlandse politiek en de EU-top laten er geen twijfel over bestaan: de politieke klasse is eraan gewend geraakt om in een eigen parallelle realiteit te opereren, en de democratie staat haar voornamelijk in de weg. Ik herhaal daarom wat ik op 12 april al schreef: dit was een strijd tussen de gevestigde orde en haar uitdagers, tussen de elite en het volk. Het volk heeft een gevoelige tik uitgedeeld, maar de elite heeft een lange adem en er zijn genoeg redenen om te blijven schrijven en praten over 6 april. Als er íets is dat het Oekraïne-referendum heeft aangetoond, dan is het dat referenda bittere noodzaak zijn voor eenieder die nog enige zeggenschap in eigen handen wil houden.

Falende volksvertegenwoordiging
8,7 miljoen mensen gingen niet stemmen voor het referendum van 6 april. Het is een getal waar de VVD zich nu met graagte achter verschuilt als één van de redenen om toch maar niet de wil van het volk uit te hoeven voeren. Daarnaast wordt dat getal aangeroepen door de groep die liefst helemaal geen referenda meer ziet in Nederland, maar het referendum was een onmiskenbaar succes: een meerderheid van de bevolking was tegen waar een meerderheid van de volksvertegenwoordigers vóór was. De volksvertegenwoordiging heeft in eerste instantie haar werk dus niet juist gedaan, en dat is precies waar een referendum goed voor is: als correctiemechanisme wanneer de volksvertegenwoordiging faalt.

De opkomst was teleurstellend, maar dat kan geen argument zijn om de legitimiteit van de uitkomst in twijfel te trekken. Niet alleen omdat de opkomstdrempel gehaald is, zelfs niet omdat de uitslag ook ‘Tegen’ was geweest als iedereen was gaan stemmen, maar vooral omdat het thuisblijven van 2/3 van de bevolking niet betekent dat het onderwerp minder belangrijk is voor de resterende 1/3 die wél is gaan stemmen.

Principiële tegenstanders van referenda zeggen: ‘ik heb al gekozen en ik laat mij vertegenwoordigen door de Tweede Kamer.’ Dat doet echter geen recht aan de velen die zich níet vertegenwoordigd voelen. Er zijn ook mensen die liever zelf in politieke vraagstukken duiken en tot een weloverwogen besluit komen. Waarom zou je hen hun kans op inspraak ontzeggen? Zij hebben geen opt-out en moeten zich gedwongen mee laten besturen door een clique waar zij niets mee hebben, die zij wantrouwen, en die zij daar nog voor moeten betalen ook.

De zwakteboden van het Voor-kamp
Daarnaast blijft het aanvallen regenen op de initiatiefnemers en hun vermeende motieven. Die motieven doen uiteraard niet ter zake, want ze zeggen niets over de motieven van de 2,5 miljoen tegenstemmers – de aanleiding van het referendum is niet bepalend voor de uitslag ervan. Wat veel belangrijker is: tijdens de gehele campagne had het Tegen-kamp steevast sterkere argumenten, waar het Voor-kamp vooral bleef steken in het schetsen van doemscenario’s (zoals dat bij elke soevereiniteitsafdracht aan de EU eigenlijk gebruikelijk is). Rob Riemen vuurde in Buitenhof de ene na de andere ad hominem op Thierry Baudet af. En Jan Roos, in de traditionele media vaak weggezet als een niet serieus te nemen querulant, liet Alexander Pechtold in debat alle hoeken van de Pauw-studio zien.

Het discrediteren van de initiatiefnemers was niet alleen een zwaktebod, het was een irrelevante strategie, en het heeft ook nog eens gefaald. Niet voor niets kon GeenStijl in februari reeds koppen “GeenPeil heeft allang gewonnen”. Eén van de doelen van GeenPeil was immers “aantonen dat de democratie niet meer functioneert zoals hij hoort, omdat een kleine groep elite of establishment (…) geen enkel touwtje uit handen wil geven”. Voor zover dat nog niet duidelijk was, nam Rutte op 13 april in het debat over de referendumuitslag de laatste twijfel weg. De mentale acrobatiek waarmee hij zijn keuze om de raad van het volk niet te volgen rechtvaardigde is alleen politici gegeven. De wet zo spoedig mogelijk uitvoeren of intrekken betekent voor Rutte klaarblijkelijk “de uitslag nog even laten liggen totdat het politiek opportuun is om het erover te hebben” (en het dan alsnog naast je neerleggen). Opdat wij niet vergeten dat VVD en PvdA, gesteund door de systeemknechten van de mainstream media, geen volksvertegenwoordigers hebben, maar uitsluitend EU-vertegenwoordigers.

Opstand
Dit referendum was een opstand van het volk tegen de elite. Natuurlijk was het een aanklacht tegen het democratisch tekort van de EU. Maar het referendum heeft dat democratisch tekort niet veroorzaakt; het heeft het alleen blootgelegd. Juncker, voorzitter van de (niet door het volk verkozen) Europese Commissie, is duidelijk en wil geen democratische stemmingen die de EU dwarsbomen. Hij kreeg na 6 april steun van onder andere de Groenen/EVA groep in het Europees Parlement. En het moge inmiddels duidelijk zijn waar de Nederlandse politiek staat.

Het is het onvermijdelijke lot van de parlementaire democratie om te degenereren in een soort oligarchie. Onderzoekers van Princeton stelden in 2014 al expliciet dat de VS eerder een oligarchie dan een democratie genoemd moet worden. In een parlementaire democratie moeten regeerders verantwoording afleggen aan volksvertegenwoordigers, maar er komt in de politiek een krachtenveld los waarin de stem van de gewone man verdrongen wordt door die van lobbyisten en belangenorganisaties. Om nog maar te zwijgen van het risico van corrupte politici die hun eigenbelang boven alles stellen of gevoelig zijn voor omkoping. Toch zijn er nog altijd velen die een bijna grenzeloos vertrouwen hebben in dat systeem. Dat is prima, maar zij zijn niet in een positie om anderen hun recht op directe inspraak te ontnemen.

Laat er geen misverstand over bestaan dat de vertragingstactiek van de regering, gecombineerd met de manier waarop de mainstream media over het referendum berichten, er direct op gericht is de uitslag van dit referendum te negeren en de animo voor toekomstige referenda te ondermijnen. Het enige wat wij moeten doen is ons daardoor niet laten ontmoedigen. Juist nu is het belangrijk om de strijd tegen de elite voort te zetten en ons zelfbeschikkingsrecht op te eisen. Het is de politiek versus het volk, de kranten versus het internet, de systeemknechten versus de dissidenten. Kies uw kant.

Facebooktwitter

Be the first to comment on "Politiek en media willen de directe democratie ondermijnen"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*


Door de site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of als u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten