De symboliek van 6 april: de toekomst dient zich aan

Facebooktwitter

Er is al veel gezegd en geschreven over het referendum van 6 april, maar zolang er geen duidelijke reactie komt vanuit regering en volksvertegenwoordiging zal er voldoende te debatteren blijven. En dat kan nog wel even duren. Het interessante is dat dit geen strijd was tussen links en rechts, arm en rijk of jong en oud. Het was een strijd tussen de gevestigde orde en haar uitdagers. Tussen de elite en het volk. De elite wankelt, ze heeft veel gedaan om het referendum te frustreren (stemhokjes die verdwenen waren of de halve dag dicht waren (1 en 2), om nog maar te zwijgen over onjuiste steminstructies of ongevraagde stemadviezen van burgemeesters – enfin, spit u GeenStijl zelf even door). Hoe spannend het ook was, het volk heeft een gevoelige tik uitgedeeld.

Slechte verliezers

Wat het meest opviel was het grote aantal slechte verliezers in het Voor-kamp. Enerzijds probeerden zij de thuisblijvers op te eisen, om met hun vermeende steun alsnog te kunnen verklaren dat een meerderheid vóór het associatieverdrag was. In lijn daarmee werd gepoogd de opkomstdrempel zo te spinnen dat het in het voordeel van het Tegen-kamp zou zijn, waardoor minister Plasterk van Binnenlandse Zaken vrijwel direct kon verklaren dat hij de drempel voor tegenstemmers in toekomstige referenda nóg hoger wil maken. Het is voorlopig de meest concrete reactie van de regering op de stem van het volk, en dat maakt het inmiddels pijnlijk duidelijk dat het nooit de bedoeling van die referendumwet is geweest dat de politiek daadwerkelijk teruggefloten zou worden. En dat illustreert dan weer haarfijn waarom referenda zo belangrijk zijn.

Maar uit een onderzoek uitgevoerd in opdracht van RTL Nieuws blijkt dat het nee-kamp ook groter was onder de niet-stemmers. Een onderzoek van Ipsos in opdracht van de NOS toonde dan weer aan dat de grootste groep, maar liefst 27%, van de thuisblijvers niet is gaan stemmen omdat zij er geen vertrouwen in had dat de politiek iets met de uitslag zou doen. Het tekent de arrogantie van de macht: de politieke klasse duwt eerst mensen de passiviteit in door teleurstelling op teleurstelling te stapelen en vervolgens eist ze de steun van diezelfde mensen op in een ultieme poging de mening van het volk toch weer naast zich neer te leggen.

Overigens moet de referendumwet inderdaad aangepast worden, want het is duidelijk dat de opkomstdrempel ongewenste effecten heeft. De enige nodige en logische aanpassing is dan ook om die opkomstdrempel te schrappen. Als binnen zes weken tijd 300.000 mensen hun handtekening zetten om het referendum mogelijk te maken mag verondersteld worden dat het betreffende onderwerp voldoende speelt in de samenleving. Als dat eenmaal is vastgesteld is het niet nodig om nog verdere obstakels op te werpen. Wie zich uit wil spreken kan dat doen, en de motivaties van de thuisblijvers doen er niet meer toe.

Machtig wapen

De slag is gewonnen door het volk, maar met de uitslag van dit referendum heeft de elite een machtig wapen in handen. Die 27% gedesillusioneerde thuisblijvers (bijna 2,5 miljoen mensen!) zijn al de facto buiten spel gezet. Als de regering de raad van het volk negeert en de ratificering van het associatieverdrag door laat gaan zal die groep groter worden, en dat betekent dat de opkomstdrempel van een volgend referendum nog moeilijker gehaald zal worden – waarmee de referendumwet steeds meer een wassen neus wordt. Het zal electoraal even pijn doen, maar mensen vergeten snel. En bovendien, de mainstream media zijn al volop bezig met het voorbereidende werk: er is onevenredig veel aandacht voor het verliezende kamp terwijl de prestatie van de aanvragers van het referendum onderbelicht blijft, en hun standpunten (maar vaker nog de personen) ook na 6 april doelwit van constante aanvallen zijn.

De politiek heeft zichzelf echter in de voet heeft geschoten met de opkomstdrempel: er was een objectieve, vooraf vastgestelde maatstaf voor de geldigheid van het referendum, en daaraan is voldaan. Geen democraat kan zich nu nog verschuilen achter de lage opkomst om daarmee de legitimiteit van de uitslag in twijfel te trekken. Een kamermeerderheid aan partijen gaf voor het referendum aan dat de uitslag gerespecteerd moet worden – voor en door die partijen staat de geloofwaardigheid van het gehele politieke instituut op het spel. Er is geen grijs gebied: de referendumwet stelt dat de wet in zijn geheel ingetrokken of in zijn geheel ingevoerd dient te worden. Van opnieuw onderhandelen, of het invoeren van delen van de wet, mag geen sprake zijn.

Symbolische overwinning

Aan ons, degenen aan de zijlijn, is het nu de taak om de gedesillusioneerden mee te krijgen, juist omdat de positie van de elite al danig verzwakt is. Er zijn maar weinig mensen die geloven dat de uitslag van het referendum een wezenlijk verschil zal maken voor het associatieverdrag met Oekraïne. De EU-elitairen laten er geen twijfel over bestaan dat hun trein gewoon door zal denderen en Rutte kwam vooralsnog niet verder dan de toezegging dat “de ratificatie van het verdrag met Oekraïne niet zonder meer kan doorgaan” (wat om precies te zijn niets betekent – als Rutte nog even 5 minuten over het associatieverdrag nadenkt terwijl hij op de WC zit kan hij het alsnog ratificeren, en dan zal het “niet zonder meer” zijn geweest).

Het is verre van ondenkbaar dat de uitslag van het toch wel historische eerste raadgevende referendum van Nederland in de prullenbak belandt. Het beeld van politici als corrupte leugenaars is niet voor niets een cliché geworden, en er kan echt nog wel een leugentje bij. En daarna vast nog één. Maar het houdt een keer op. De maat zal een keer vol zijn, en dan zal het volk klaar zijn voor een serieuze verandering. Juist de gedesillusioneerden zullen we daarom de komende tijd nodig hebben om het failliet van de representatieve democratie aan te tonen. De politieke klasse zaagt de poten onder haar eigen stoel weg door haar eigen geloofwaardigheid steeds verder uit te hollen. Zolang het nog duurt kan ze op voldoende steun rekenen van de traditionele media, maar met de stijgende invloed van onafhankelijke online media raakt ze de grip op informatiestromen steeds meer kwijt.

Des te symbolischer was het dat weblog GeenStijl zich tot de winnaars van 6 april mag rekenen. Een wisseling van de wacht kondigt zich aan. De macht van de old boys networks van politiek en media brokkelt af. Het volk is beter – en gevarieerder – geïnformeerd dan ooit. Beter dan ooit in staat zichzelf te besturen. De online wereld is de ultieme vrije markt waar iedereen bij zijn eigen vraag het juiste aanbod kan vinden, zelfs in de kleinste niche. Het internet kenmerkt zich door de waarden van gelijkwaardigheid (neutraliteit), individualisme, transparantie en vrijheid – terwijl de overheid stil is blijven staan in een gesloten wereld van achterkamertjes, schimmige allianties en elitisme. Onze nieuwe wereld vraagt om een nieuw paradigma, waarin voor deze overheid geen plaats is.

Facebooktwitter

Be the first to comment on "De symboliek van 6 april: de toekomst dient zich aan"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*


Door de site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of als u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten