De ontstaansgeschiedenis waar de SP niet graag aan herinnerd wordt

Cartoon door Casper van Daelderen
Facebooktwitter

Er zijn weinig partijen in Nederland die zich zo schamen voor hun eigen geschiedenis als de SP. Met het roemruchte verleden van de Socialistische Partij is dat ook niet vreemd. Het Maoistisch verleden en de steun aan de slachter van tientallen miljoenen Chinezen is algemener bekend maar dat geldt in veel mindere mate over de omstreden oprichter, diens plannen voor een gewapende revolutie en de zakken geld die hij uit China kreeg. Dat is erg zonde want het zijn interessante episodes uit de geschiedenis van het Nederlands socialisme.

Hoe erg hun eigen geschiedenis uitgewist moet worden blijkt wel uit de “geschiedenis”-pagina op de SP-website. Hoewel de partij al in 1971 wordt opgericht in Rotterdam gaan de meeste stukjes uit het tijdperk van voor de Kamerzetels over Oss (en dus indirect over Marijnissen). Figuren als Hans van Hooft senior, die zowel voorzitter als partijleider was, maar ook een Daan Monjé, die als organisatiesecretaris op de achtergrond de werkelijke macht had, worden niet eens genoemd.

Toen Andere Tijden vijftien jaar geleden een uitzending wijdde aan Daan Monjé, weigerde toenmalig partijvoorzitter Jan Marijnissen alle medewerking. Hij stelde zelfs verbaasd te zijn dat het geschiedenisprogramma een uitzending over de oprichter van de SP wilde maken, hij was toch helemaal niet belangrijk geweest voor de partij? Je moet het maar durven zeggen over de man die vijftien jaar lang je partij heeft opgebouwd, het is nota bene Marijnissens voorganger als grote roerganger van de socialistische partij. Er zijn maar weinig partijen die hun vroege verleden zo onder het tapijt schoffelen als de SP; je zou bijna denken dat ze iets te verbergen hebben. Maar daar is ook alle reden toe.

Hulp van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD)

De SP had al in een vroeg stadium, toen de partij nog de Kommunistiese Eenheidsbeweging Nederland – marxistisch leninistisch (KEN – ml) heette, twee machtige bondgenoten. De eerste was Mao-China, de tweede was de BVD, de voorloper van de AIVD. Van die laatste wist de SP dat overigens niet.

De reden daarvoor was dat de BVD communisten nauwlettend in de gaten wilde houden. De Communistische Partij Nederland (CPN), die trouw de lijn van Moskou volgde, was daarbij het belangrijkste doelwit. In de jaren ’60 zaten er drie BVD-agenten in het partijbestuur van de CPN. Verder moest de partij vooral klein gehouden worden via een “verdeel en heers”-strategie. Afscheidingen werden gesteund of zelfs gestimuleerd. Er bestonden zelfs marxistische organisaties die volledig uit BVD-agenten bestonden. Die organisaties werden ook gebruikt om te spioneren in China, de Sovjet-Unie en andere communistische landen.

Het was niet moeilijk om de organisaties onopvallend op te richten, want van nature begonnen de communisten al de ene na de andere afscheiding of splinterbeweging. Toen de Sovjet-Unie in ideologisch conflict kwam met Mao-China wees de CPN de Chinese lijn af. Alle dissidenten werden vervolgens de deur gewezen. Daaruit kwamen twee splitsingen van maoïsten voort: de Rotterdamse Kameraden-groep en de Amsterdamse “Rode Vlag”-groep, ook wel bekend als de Rode Jeugd. Vanuit de Kameraden-groep van Daan Monjé en Nico Schrevel ontstond het Marxistisch-Leninistisch Centrum Nederland (MLCN) waar later de Kommunistiese Eenheidsbeweging Nederland – marxistisch leninisties (KEN – ml) uit voortkwam. Later ontsprong de Socialistiese Partij (toen nog fonetisch gespeld) daar weer uit als een afsplitsing na een meningsverschil tussen Monjé en Schrevel.

Om de communistische splinters te steunen werden een aantal BVD-agenten lid van het toenmalige Marxistisch Leninistisch Centrum. De Rotterdamse groep had moeite om in Amsterdam voet aan de grond te krijgen waarbij ze uiteindelijk werden geholpen door BVD-spion Peter Moen. Toen het hem lukte om in Amsterdam een afdeling op te zetten werd hij in het centraal bestuur gekozen, al werd hij vrij snel weer ontdekt en buitengezet. Het is maar de vraag hoe succesvol de SP zou zijn geworden als zijn voorganger nooit buiten Rotterdam was gekomen. Vanuit Peter Moens actie in Amsterdam werd ook naar andere steden uitgebreid. Het is onwaarschijnlijk dat de BVD ooit kon vermoeden dat deze communistische splintergroep uiteindelijk zou uitgroeien tot de grote SP.

De Mao-connectie: Daan Monjé

Een nog veel grotere rol werd gespeeld door Mao-China. De leider van China, verantwoordelijk voor tientallen miljoenen doden, ontving de SP-oprichter met open armen. Daan Monjé werd na zijn bezoek aan China zelfs nog beloond met het erelidmaatschap van de Rode Garde. De Rode Garde was de jeugdbeweging van de Communistische Partij die controleerden wie zich aan de Maoïstische lijn hield. Wie dat niet (voldoende) deed werd zwaar gestraft, tot marteling en de dood aan toe. Van die club was de SP-oprichter dus erelid.

Monjé zou nadien vaker China bezoeken, gevolgd door andere communistische landen als Albanië. Overal werd hij met alle egards ontvangen ook al was de organisatie toen nog maar klein.

Maoïstische roots

Het mag ook niet vergeten worden dat de SP van oorsprong een oer-maoïstische partij was, niet alleen in ideologie maar ook in de organisatie. Dissidente meningen werden niet getolereerd en de leden werden geacht elkaar te controleren op het volgen van de goede lijn. Verschillende toenmalige partijleden stellen dat de partij destijds meer op een sekte dan op een partij leek.[1] Leden werden geacht alles op te offeren voor de partij. Het gezin stond op de tweede plaats en van studenten werd geëist dat zij hun studie zouden afbreken om in de fabriek te gaan werken. Zo moesten zij de frontlinie volgen en de arbeiders gaan leiden. Bijkomend voordeel voor de SP was dat leden zo steeds meer afhankelijk werden van de partij. Als je uittrad verloor je meteen al je vrienden, je eigenlijke “familie”; zelfs als je twijfels had over de partijlijn deed je dat niet zomaar.

Dat de hoogopgeleide leden in de fabrieken moesten werken kwam voort uit het principe van de massalijn. Daarbij lagen de ware standpunten in dat wat de massa vond. Zoals Jan Marijnissen het in 1974 als jong lid verwoordde “het gaat er niet om wat wij vinden, maar wat de mensen van ons willen.”[2] Met het maoïstische principe van de massalijn werd de basis voor het latere populisme gelegd.

De partij pleitte in die vroege periode ook voor de gewapende revolutie. Een van de redenen dat de maoïsten zich afsplitsten van de CPN was omdat de CPN, in navolging van Sovjet-Unie-leider Chroesjtjov, wilde overgaan tot een meer parlementaire koers en de gewapende revolutie afwees. Volgens de Maoïsten (en Stalinisten) kon enkel via revolutie het communisme worden bereikt.[3] Dat was in 1962, het zo tot in de tweede helft van de jaren ’70 steeds meer naar de achtergrond verdween nadat het nog in 1975 werd benadrukt.[4]

Gefinancierd met giften van Mao, zwart geld en roof van goede doelen

Mao is ook voor een belangrijk deel verantwoordelijk geweest voor het latere succes van de SP. Toen de partij nog maar een paar honderd leden had, behoorde deze al tot de rijkere partijen van het land. In 1971 werd een lading van vierhonderdduizend gulden in dollarbiljetten geleverd aan de partij, gesmokkeld naar de haven van Kopenhagen. Dat geld werd vervolgens witgewassen via een truc waarbij leden op papier een donatie zouden doen die nooit werd opgeëist. Zo kon de partij in die jaren al een drukpers en een eigen pand aanschaffen.

SP-oprichter Daan Monjé deed de financiën sowieso niet graag volgens het boekje. Hij beheerde, als organisatiesecretaris, de kas, zelfs de penningmeester had daar geen zeggenschap over. Monjé zou dat als volgt hebben gerechtvaardigd: “geen boeken, want als we een inval krijgen van de belastingdienst, weten ze meteen alles van ons.”[5] De partij had dan ook genoeg te verbergen voor de fiscus. De mensen die voor de partij werkten werden veelal zwart uitbetaald. Het is opvallend hypocriet voor een partij die nu roept dat grote bedrijven die met legale belastingontwijking proberen te voorkomen te veel aan de fiscus af te dragen, immoreel bezig zijn.

Nog vreemder is het geld dat aan de strijkstok bleef hangen bij inzamelingen voor goede doelen. In de jaren ’70 collecteerde de SP vele tienduizenden tot honderdduizenden guldens om een wilde staking in Rotterdam mee te financieren. Drukkerijmedewerker Piet Ordeman suggereert dat daarbij geld van de stakingskas in de partijkas is beland.[6] Paul Pollman, in de jaren ’70 actief SP-lid en arts verhaalt van een nog veel schrijnender geval. Toen hij in 1979 naar Nicaragua vertrok om als arts te gaan werken voor een goed doel, Memisa, betaalde die organisatie al zijn kosten. Tegelijkertijd zamelde de SP geld in voor zijn project waarvan Pollman beweerd dat het naar de partijkas is gevloeid.[7]

Naast die bronnen hielp de afdrachtregeling ook mee. In 1994 had de partij al 126 raadszetels waarmee het door gebrek aan landelijke vertegenwoordiging bekend stond als de grootste lokale partij van Nederland. Bij de verkiezingen van 1986 had de SP één miljoen gulden te besteden, in 1994, toen de partij daadwerkelijk een zetel behaalde, acht ton[8]. Dat was meer dan grote partijen (en toen de grootste verkiezingswinnaars) VVD en D66 zich destijds konden veroorloven.[9]

Geen belemmering voor later succes

Voor het latere succes was het geen belemmering. Weliswaar ging een periode van demaoïsering vooraf aan de voor de partij succesvolle Tweede Kamerverkiezingen van 1994, toch heeft de partij nooit afstand genomen van die tijd. Zo was in 2012 in HP/de Tijd te lezen:

“De huidige SP-leider Emile Roemer wil echter geen woord zeggen over de China-connecties van de oprichter van de SP. HP/De Tijd probeerde een week lang contact met hem te krijgen over de kwestie, maar ving elke keer bot. Roemer, zo vernamen we van zijn woordvoerders, meent dat er aangaande Monjé’s contacten met Peking slechts sprake is van ‘geruchten’ en ook zou de kwestie ‘niet relevant’ zijn omdat het ‘lang is geleden’ en Roemer er ‘zelf niet bij was’.”

Zowel Mao’s wandaden als de gewapende revolutie verdwenen naar de achtergrond, zij zijn echter nooit officieel afgezworen. Veel SPers uit die tijd kenden daarna ook een glansrijke carrière. Ze zijn actief op onze scholen, universiteiten, de media, uitgevers, enzvoorts. Derk Sauer is bijvoorbeeld een van de bekendere leden uit die tijd. Tot vorig jaar was hij eigenaar van NRC Handelsblad. Omdat Sauer zich bemoeide met de inhoudelijke koers van de krant stapte de toenmalige hoofdredacteur enkele jaren geleden op. Jan Marijnissen en huidig SP Eerste-Kamer-fractievoorzitter Tiny Kox komen ook uit die periode. Toen de SP nog voor een gewapende revolutie pleitte zat Jan Marijnissen al voor de partij in de gemeenteraad van Oss. Het is dan ook zeer begrijpelijk dat de SP van nu de voorgeschiedenis “niet relevant” vindt, maar juist daarom is het nog belangrijker dat die episode wordt verteld.

 


 

[1] Antoine Verbij, Tien rode jaren. Links radicalisme in Nederland 1970-1980 (Amsterdam 2005), 98.

[2] Gerrit Voerman, “De “Rode Jehova’s; een geschiedenis van de Socialistiese partij” in: Jaarboek Documentatiecentrum politieke partijen (Groningen 1986), 124-150,  aldaar 138-139.

[3] Gerrit Voerman, “De “Rode Jehova’s; een geschiedenis van de Socialistiese partij” in: Jaarboek Documentatiecentrum politieke partijen (Groningen 1986), 124-150, aldaar 126.

[4] Gerrit Voerman, “De “Rode Jehova’s; een geschiedenis van de Socialistiese partij” in: Jaarboek Documentatiecentrum politieke partijen (Groningen 1986), 124-150, aldaar 137.

[5] Kees Slager, Het geheim van Oss. Een geschiedenis van de SP (Amsterdam 2001), 344-347.

[6] Rudie Kagie, De Socialisten. Achter de schermen van de SP (Amsterdam 2004), De socialisten, 33.

[7] Slager, Het geheim van Oss, 344-347.

[8] P. van der Steen, “De doorbraak van de ‘gewone mensen’-partij. De SP en de Tweede-Kamerverkiezingen van 1994” in: Jaarboek Documentatiecentrum politieke partijen (Groningen 1995), 172-189, aldaar 181-182.

[9] Ph. Van Praag jr., “Electorale strategie in onzekere tijden” in: Jaarboek Documentatiecentrum politieke partijen (Groningen 1995), 92-112 aldaar 105, 109.

Facebooktwitter

3 Comments on "De ontstaansgeschiedenis waar de SP niet graag aan herinnerd wordt"

  1. Operation Red Herring werd geleid door de vader van Theo van Gogh
    http://www.literatuurplein.nl/nieuwsdetail.jsp?nieuwsId=2922

  2. Das lekker!!
    En dan kritiek hebben op de PVV….

  3. Blijf waakzaam en oprecht en verander door je te verbeteren. Dat is geen schande, maar een teken van blijven zoeken naar het goede. De politieke partijen en dictators die nooit veranderen, die kennen we.

Leave a comment

Your email address will not be published.


*


Door de site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of als u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten