Front National: de proletarisering van het nationalisme

Facebooktwitter

Het electorale succes van het Franse Front National in de eerste ronde stond in de sterren geschreven. In 2014 won de partij onder leiding van Marine Le Pen overtuigend de Europese verkiezingen. FN sprong van 3 naar 24 zetels en liet het centrumrechtse UMP (20) en de socialistische PS (13) ver achter zich. Sindsdien zijn Marine, haar nichtje Marion en haar adjudant Florian Philippot niet uit de Franse media weg te slaan. In het licht van de immigratiecrisis en de terroristische aanslagen van 13 november komt de eclatante overwinning in de eerste ronde van de regionale verkiezingen in 2015 niet als een verrassing.

Maar wat betekent dat nu precies? Is FN een langverwacht godsgeschenk dat de Franse soevereiniteit zal herstellen, de excessen van de multiculturele samenleving zal uitbannen en het socialisme naar de geschiedenisboeken zal verwijzen? Allerminst, helaas. Conservatieven en liberale conservatieven mogen zich verkneukelen over het feit dat het islamo-socialisme in de touwen hangt, maar juicht liever niet voor het FN. Althans, niet voor de invulling die Marine Le Pen aan het project geeft.

Het Front National is, net zoals het nationalisme, een huis met vele kamers. Zoals wel vaker in de geschiedenis het geval is geweest met zulke partijen en bewegingen, werd er geflirt met alle economische en sociale doctrines. Onder de vleugels van Marine schurkt de partij momenteel aan bij extreemlinks.

Voorheen, onder het voorzitterschap van vader Le Pen, die zelf uit de anti-belastingbeweging van Pierre Poujade uit de jaren ’50 kwam, was economie vaak helemaal geen issue. In de jaren ‘70, en ’80 is zijn summier economisch programma zelfs ronduit gematigd-liberaal te noemen, donkerblauw naar Franse maatstaven. Zo verdedigt hij als één van de weinige Franse politici in de jaren ’70 de privatisering van grote Franse staatsbedrijven en probeert hij de discretionaire macht van de Franse fiscus te beperken.

Na de breuk met de liberaal-conservatieve verruimingsfiguur Bruno Mégret in 1998 is de tanende flirt met het liberaal-conservatieve gedachtengoed definitief voorbij. Dan grijpt de zogenaamde strekking van het “gaucho-lepénisme” de inhoudelijke hegemonie. De sluipende “proletarisering” van het Front National bereikt daarmee een voorlopig hoogtepunt.

Voor vader Le Pen was economie altijd een bijzaak. De Franse soevereiniteit en de Franse identiteit stonden bij hem altijd voorop. Andere thema’s waren bijzaak. Daar is met dochter Marine en haar ideoloog Philippot verandering in gekomen.

Philippot is een atypische FN’er. Geen arbeider of kleine zelfstandige, maar een product van de gerenommeerde ambtenarenschool ENA en Sciences Po. Hij is evenmin een oudgediende: hij werd pas lid in 2011, zonder voorheen op een politieke mening te zijn betrapt.

Hij is een adept van de  Jean-Pierre Chevènement, één van de oprichters van de Parti Socialiste, die begin jaren ’90 omwille van zijn euroscepsis met zijn partij brak. Hij is een uitgesproken linkse nationalist, een protectionist en koketteert met zijn homofilie, om op die manier de “extreemrechtse” karikatuur van FN te counteren. Met dat paradigma heeft hij Marine Le Pen duidelijk overtuigd. Ook zij laat geen moment onbenut om te vertellen hoeveel homo’s en vreemdelingen haar vriendenkring telt. Het zuivere nationalistische discours, inclusief toespelingen op een blank-christelijk Europa, laat staan de Tweede Wereldoorlog, heeft plaats gemaakt voor een economisch programma dat kan worden samengevat als: verlaging van de pensioenleeftijd, verhoging van de uitkeringen, verhoging van de lasten op kapitaal,  beurstransacties en import, inkorting van de werkweek en oppositie tegen de strakke Europese begrotingseisen.

Historische uitweidingen over de zaak Dreyfus of de gaskamers hebben plaatsgemaakt voor het diaboliseren van Merkel, multinationale ondernemingen en banken en voor het pleiten voor een terughoudende centrale bank. Zaken die er bij de modale Fransman ingaan als zoete koek. Terwijl de excessen van het kapitalisme een conservatief zeker kunnen charmeren, is haar verkettering van de vrije markt zeker een breekpunt.

Front National blijft, net zoals alle andere partijen, een kind van de Republiek. Voor een conservatief is iedere politicus die zijn of haar landgenoten met “citoyen” aanspreekt, laat staan de Marseillaise uit volle borst meezingt, verdacht. Door zich op te werpen als verdediger van de Republikeinse waarden tegen het neoliberale amalgaam van de eurofielen en besparingsfetisjisten maakt Marine haar partij wel populairder bij een groter deel van het Franse electoraat, maar vervreemdt ze tegelijk een potentiële conservatieve achterban, die sinds de teloorgang van figuren als Bruno Mégret en Philippe de Villiers politiek dakloos zijn. Al bewijst het uitblijven van hun electoraal succes wellicht dat de conservatieven in Frankrijk te dun gezaaid zijn om electoraal interessant te zijn voor grotere partijen.

Ondanks haar linkse ideeën, zoals verregaande importrestricties, vrijhandelsbelemmeringen, de nationalisatie van spaarbanken en een wettelijk verbod op het toekennen van openbare aanbestedingen aan buitenlandse bedrijven, steunt ze bijvoorbeeld wel een internationale edelmetalenstandaard, als alternatief voor de internationale dollarhegemonie en het fiatgeld. Dat laatste is een politiek unicum in Europa en bovendien een oerconservatief ideaal.

Samengevat kunnen we stellen dat we moeten opletten met de recuperatie van het Front National. Enerzijds is het succes van de partij een belangrijk signaal voor Brussel en Berlijn om niet te talmen met een effectieve indijking van het migratieprobleem en verdere Europese federalisering. Anderzijds lijkt FN geen waardig alternatief voor de Republikeinse eenheidsworst die Frankrijk al sinds 1848 in een wurggreep houdt.

Marion Maréchal Le Pen daarentegen, Marine’s 25-jarige nichtje, meet zich een ander imago aan dan haar tante. Marion profileert zich meer als een traditionalistische en katholieke kandidaat, die de klemtoon legt op klassieke waarden als het gezin en het geloof. Wellicht omdat dat meer aanslaat in Zuid-Frankrijk, waar ze mandateert. Voorlopig is onduidelijk of haar conservatievere profiel invloed heeft op haar economische inzichten, maar het is alleszins duidelijk dat het FN uit de Provence een andere koers vaart dan die uit Nord-Pas-de-Calais-Picardie.

Als het conservatisme al een toekomst in Frankrijk heeft, dan zullen we die niet van Marine, maar van Marion moeten verwachten.

Facebooktwitter

Be the first to comment on "Front National: de proletarisering van het nationalisme"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*


Door de site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of als u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten