De salamimethode: een slinks intrige

Salami, foto door André Karwath [https://commons.wikimedia.org/wiki/User:Aka], CC BY-SA 2.5 [https://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.5/deed.en]
Facebooktwitter

Als iemand iets niet eten wil, dan kan men kan het die persoon toch door de keel duwen, met het risico dat deze persoon zich gewelddadig zal verzetten. Men kan het ook het in kleine stukjes snijden; hapklare brokjes, klein genoeg om de onwillige met de nodige overtuiging toch tot doorslikken te bewegen. Wat men ook zou kunnen doen, is afvragen waarom überhaupt een volwassen kerel gevoerd aan het worden is. Nu, dat laatste is in de realiteit waar deze analogie op slaat, namelijk het aan de burger opleggen van beleid waar deze het mee oneens is, ondenkbaar: de consensus is nu eenmaal dat de burger een wat sullig kind is dat aan het handje dient te worden genomen en met vaderlijke hand gedwongen moet worden tot hetgeen dat het wellicht niet wil, maar dat, volgens degenen die beter weten, goed is voor de jonge telg.

Genoeg nu met de metaforen; waar gaat het precies om? Zo eens in de zoveel tijd komt men in Nederland op een nieuw desastreus idee waar iedereen met een greintje verstand in het hoofd een gezonde en vrijwel instinctieve antipathie jegens voelt. Dit instinct voor onwenselijkheid, in het linkse jargon vaak denigrerend de ‘onderbuik’ genoemd, is de natuurlijke vijand van beleid dat zijn wortels niet in de realiteit, maar in de wens vindt. De wens van mensen die iets willen dat niemand wil, buiten een selecte kring luchtfietsers dan. Welnu, men komt er dan vanzelf achter dat een bepaald beleid niet wenselijk wordt geacht en dat frustreert vervolgens de wensdenker, die zich immers altijd de ontwaakte onder de slapenden voelt, de verlichte geest die constant wordt gehinderd door de inertie van de grijze massa. Of, zoals dat dan wel eens wordt gezegd: ‘het volk is er nog niet klaar voor’. Merk hierbij de vuigheid van het woord ‘nog’ op: een deterministische aanname van de boven ons gestelden. Dat het gaat gebeuren, dat staat reeds vast, als ware het een onontkoombare natuurwet. Het is alleen de weerwil van het volk die de synthese met deze realiteit frustreert. Deze frustratie wordt vervolgens onder woorden gebracht met de volgende probleemstelling: er is tekort aan draagvlak.

Het is hier dat er wordt besloten tot een meerkoppige tactiek: enerzijds wordt er middels beïnvloeding getracht de publieke opinie meer positief te doen worden en anderzijds wordt de weg naar het einddoel opgedeeld in meerdere, kleinere stappen. Dit fenomeen zal ik trachten te illustreren middels enkele bekende (maar verder niet per se gerelateerde) voorbeelden, waaruit blijkt dat een van tevoren bedacht einddoel, vaak met een gespeelde passiviteit of onwetendheid, stapsgewijs werkelijkheid wordt gemaakt. De ‘salamimethode’ in praktijk, waar plakje voor plakje wordt gevoerd tot de hele worst knarsetandend door het volk is geslikt. Deze methode heeft echter nog een andere eigenschap: er is een onmogelijkheid tot terugkeer. Wanneer het beleid zorgvuldig stap voor stap wordt ingevoerd, zijn er alleen maar stappen vooruit mogelijk, niet achteruit. Als een ventiel; er kan alleen lucht – en spanning – bij, niet uit. Tot de band wellicht een keer klapt.

De Europese Unie
Wellicht de belangrijkste van deze voorbeelden is de grootschalige en van bovenaf opgelegde herstructurering van het Europese politieke landschap in de vorm van de Europese Unie. Het einddoel is hier een federale eenheidsstaat die ruwweg het gehele continent moet omvatten; de natiestaat Europa. Dit einddoel wordt niet eens geheim gehouden, er is zelfs een speciale werkgroep voor opgericht (de Spinelli-groep) onder de bezielende leiding van niemand minder dan Guy Verhofstadt en de boeken waarin de plannen voor dit bizarre plan worden beschreven liggen gewoon in de boekhandel (maar worden verontrustend genoeg even slecht gelezen als de vroege drukken van Mein Kampf, waarin een groot deel van de duivelse plannen gewoon zwart op wit stond). De weg naar deze staat is reeds decennia ingeslagen, maar om voor de hand liggende redenen lopen de verschillende Europese bevolkingen hier niet bepaald warm voor. Hierom is besloten tot een meer iteratieve aanpak. Men is begonnen met een initiatief dat de economische samenwerking tussen een select aantal vrij overeenkomstige landen moest vergemakkelijken, hoewel er ook in dit vroege begin al sprake was van een stap-voor-stap toe te passen weg naar een federaal Europa. Deze samenwerking is hierna steeds dwingender geworden en de groep is steeds verder uitgebreid met landen die steeds minder vergelijkbaar zijn met de grondleggers. Zwitserland, dat nu een enclave van de EU is, wordt bedreigd met economische sancties. De (steeds vaker gedwongen) samenwerking tussen de EU-lidstaten wordt telkens geïntensiveerd, macht wordt gecentraliseerd en het EU-overheidsapparaat neemt ieder jaar in omvang en kosten toe. De centrale munteenheid en de Europese grondwet, excuses, het verdrag van Lissabon (weet u nog, dat referendum in 2005?) zijn tot op heden de meest gewaagde en grootste stappen geweest in de almaar voortgezette reis naar de Europese superstaat. Overigens kan niemand dit beter verwoorden dan één van de heren zelf, Jean-Claude Juncker: “We beslissen iets en dan kijken we wat er gebeurt. Als er geen een opstand uitbreekt, omdat de meeste mensen niet weten wat er is beslist, dan gaan we stap voor stap verder, tot er geen weg meer terug is”. Het kenschetst een enorme arrogantie van cryptofascistische machtspolitici als deze hun eigen kwaadaardige doelen en werkwijzen niet eens meer trachten te verhullen. Dat, en een enorme apathie aan de kant van het volk.

Hoe dan ook, er is hier duidelijk sprake van het bandventiel: men kan wel de euro als munt aannemen – de (mogelijke) negatieve gevolgen daarvan werden toen grondig gebagatelliseerd of zelfs ontkend – maar men kan deze niet meer afschaffen, want dan, nou ja wat er dan gebeurt dat wordt (bewust dan wel onbewust) niet concreet gemaakt, maar dat het een catastrofe zou opleveren dat is een idee waar de bevolking braaf bang mee gehouden wordt. Zie ook de Europese politieke unie: deze aangaan was heel gemakkelijk, zelfs een kleine plooi in de vorm van de overdonderend negatieve uitslag van het referendum over de Europese grondwet, werd daarna verhuld als het verdrag van Lissabon. Hieruit blijkt, zo gaf bijvoorbeeld Gerrit Zalm zelf te kennen, de arrogante losgeslagenheid van de bestuurlijke elite met betrekking tot het volk – men ging er tenslotte volledig vanuit dat er een positieve uitslag zou komen die tot in de lengte der dagen als troefkaart kon worden gebruikt om enige euroscepsis de mond te snoeren. De rest is geschiedenis. Enige tijd later, toen er meer stemmen opkwamen om het eurofiele enthousiasme wat te temperen, voorspelde Rutte dreigend met de volksmennende uitspraak dat “het gras op de Rotterdamse kades zou groeien’’. Zo worden met angstzaaiing en desinformatie twee van de drie opties, terugdraaien of in elk geval het proces een halt toeroepen dan wel wat rustiger aan doen, als onmogelijk voorgespiegeld. Er blijft zogenaamd maar één weg over: vooruit. En die weg eindigt in de natiestaat Europa die niemand wilde.

Sinterklaas
BahVolgens eenzelfde stramien verliep en verloopt de – inmiddels bijna even traditioneel als het Sinterklaasfeest zelf geworden – zwartepietendiscussie. Het einddoel, te weten het volledige afschaffen van Zwarte Piet, een belangrijk onderdeel van de Nederlandse cultuur. Na wat porren is men tot de conclusie gekomen dat het in één keer afschaffen van de zwartgekleurde kindervriend ‘geen draagvlak’ heeft, dus is men begonnen met het stapsgewijs ondermijnen van diens rol in de Sinterklaasviering. Via het eerst vaarwel zeggen van het kroeshaar, de rode lippen en de gouden oorringen en het vervolgens introduceren van de ‘roetveegpiet’ wilde men uiteindelijk abominaties als de Stroopwafelpiet, de Regenboogpiet en de coulrofobische nachtmerries inducerende Clownspiet de traditie van Sint Nicolaas doen vervuilen. Ook hier zien we het ventiel weer aan het werk: het is moeilijk denkbaar dat er besloten wordt om Zwarte Piet weer méér te laten lijken op wat door tegenstanders wordt gezien als een racistische karikatuur van een neger.

Vuurwerk
Een nog oudere traditie dan de zwartepietendiscussie is de jaarlijkse klaagzang over het afsteken van vuurwerk met Oud en Nieuw. Een monsterverbond tussen oogheelkundigen en milieufanatici steekt zo rond de feestmaand weer van wal, met verschillende invalshoeken maar een gemeenschappelijk doel: het verbieden van het particulier afsteken van vuurwerk en dit vervangen door gecentraliseerde vuurwerkshows. Deze spektakels zouden uiteraard van belastinggeld bekostigd moeten worden, waardoor het besteden van geld aan vuurwerk, een liefhebberij die niet door iedereen wordt gedeeld, verplicht raakt. Denk overigens ook aan de schade aan de economie; er wordt jaarlijks voor vele miljoenen de lucht – en de lokale middenstand – ingeschoten. Menig fietsenmaker, hengelsportzaak en doe-het-zelfhandel draait in de laatste dagen van het jaar voor maanden letterlijk broodnodige omzet. Tevens zorgt deze centralisatie voor een verlies aan traditie en het sociale element van de gezamenlijke nieuwjaarsviering, alsmede een verdere ‘verrandstedelijking’; het valt tenslotte te verwachten dat de vuurwerkshow in Amsterdam vele malen spectaculairder zal zijn dan die in Renkum, terwijl de Renkumer per capita even veel (zo niet meer) moet betalen. Sowieso is het een vreemde ontwikkeling dat de viering van een feest die traditioneel met vrienden en familie wordt doorgebracht door de staat zou moeten worden georganiseerd en denk ook aan de moeilijkheden om rond de jaarwisseling met het hele gezelschap door het (even traditioneel) moeizame verkeer naar een guur stadsplein te tijgen. Zie weer het ventiel: nadat de traditie eenmaal verbroken is, is het moeilijk denkbaar dat we op een gegeven moment weer zelf vuurwerk mogen afsteken. Het einddoel van de vuurwerkhaters lijkt dus die gecentraliseerde vuurwerkshow te zijn; maar een cynicus zou kunnen stellen dat het zelfs daar niet ophoudt. Zoals gezegd zou het kunnen dat mensen al snel gaan klagen hieraan niet mee te willen betalen. Met het oog op de geplande lokale organisatie ligt het voor de hand dat er verwacht wordt dat de gemeenten, die toch al niet in het geld zwemmen, deze spektakels moeten gaan organiseren, met voorspelbare gevolgen voor de even traditioneel impopulaire gemeentebelastingen. Zo zal een door velen gekoesterde traditie grondig worden verziekt.

Multiculturalisme en islamisering
Misschien wel de grootste en meest concrete ongewenste verandering in de Nederlandse samenleving de laatste decennia is de multiculturalisering van ons land. Iemand die in de jaren 1980 voor het laatst in Nederland is geweest en nu terug zou keren, zou het straatbeeld amper herkennen. Toch is er niet een duidelijke gebeurtenis aan te wijzen waar deze verandering is begonnen, het is sluipend gegaan. Vrijheden die hier in de loop van de geschiedenis, vaak moeizaam, zijn verworven, lijken in zeer korte tijd bij het afval gegooid. Als we de expatriant aan het begin van deze alinea hadden voor zijn uittocht hadden gevraagd of hij het zich kon voorstellen dat over dertig jaar godsdienst weer een grote rol zou spelen in de maatschappij, er op geslacht gescheiden zwembaden zouden kunnen bestaan, of het zou kunnen dat kinderen op christelijke scholen zouden kunnen worden gedwongen om islamitisch ritueel geslacht vlees te eten, of er grote moskeeën zouden kunnen worden gebouwd door schimmige islamitische stichtingen, of vrouwenrechten en vrijheid van meningsuiting zouden kunnen worden ingeperkt en of het bespreekbaar zou kunnen zijn dat minderheden de Nederlandse bevolking zouden kunnen dwingen hun tradities en cultureel erfgoed aan te passen, dan had die persoon je waarschijnlijk heel raar aangekeken en misschien zelfs uitgelachen. Dit is dus niet allemaal ineens gebeurd. Ook hier is er sprake van een stapsgewijze aanpak, met als enige verschil dat het hier in veel gevallen niet per se om van bovenaf opgelegde maatregelen gaat, maar om initiatieven van religieuze organisaties of personen. Deze worden echter vaker wel dan niet gesubsidieerd met belastinggeld en de acceptatie van deze veranderingen wordt zowel met zachte als met harde hand door de overheid afgedwongen. En ja, ook hier is de ventielwerking weer zichtbaar: de almaar groeiende invloed van de islamitische minderheid kan eigenlijk nauwelijks terug worden gedrongen en zij die roepen om dat wel te doen worden vaak de mond gesnoerd met termen als ‘racisme’ en ‘islamofobie’

Een gevaarlijke strategie
De salamimethode vormt, zo moet ik toegeven, een hele slimme strategie. Naast de in de voorbeelden besproken ‘ventielfunctie’ bemoeilijkt het ook iedere vorm van gedegen oppositie. Tenslotte, door de iteratieve aard van de aanpak kan een tegenstander zich maar moeilijk verdedigen tegen deze graduele aantasting van het geheel van wat hij wil behouden. Om bijvoorbeeld de het bredere begrip ‘de traditie van Zwarte Piet’ – of ‘het Sinterklaasfeest, ‘het Nederlands cultureel erfgoed‘, kiest u zelf het gewenste metaniveau – te verdedigen, zal hij zich met hand en tand moeten verzetten tegen de kleine aanpassing van de traditionele Zwarte Piet naar de ‘roetveegpiet’. Hiermee maakt hij zich kwetsbaar, want hij lijkt nu op een rabiate radicaal met een irrationele fixatie op een klein detail, die zich druk maakt om een groter gevaar waarvan het bestaan eenvoudigweg ontkend kan worden. Naderhand blijkt dit dan onjuist, maar dat maakt niet uit want er is toch geen weg terug. Zie ook de critici met betrekking tot de Euro, de realiteit geeft hen achteraf gelijk, maar terug kunnen we toch niet. Dit is eigenlijk over de gehele linie terug te zien. Wie in de jaren 1980-1990 ageerde tegen de multiculturele samenleving, met de argumenten dat dit Nederland onherkenbaar zou veranderen en Nederlandse normen en waarden zouden worden aangetast, werd bestempeld als een irrationele racist met xenofobische waanbeelden. Nu blijken het geen waanbeelden geweest te zijn, maar ja, dat is mosterd na de maaltijd.

Het is hier dat de eerder genoemde gespeelde onwetendheid duidelijk zichtbaar is. Wellicht, in het geval van de meest zweverige idealisten, is het niet eens altijd gespeeld. Wat wel zeker is, is dat door het ontkennen van het bestaan van een einddoel waar stapsgewijs naar toegewerkt wordt, het beargumenteren van de noodzaak voor het niet zetten van deze stappen lastig wordt. Wel, eigenlijk is het helemaal niet zo lastig, het wordt alleen lastig gemaakt. Wie ageert tegen het kleine om het grote te voorkomen, wordt in de schoenen geschoven dat hij een zogeheten ‘slippery slope argument’ maakt, iets dat vaak wordt gezien als een drogredenatie. Echter, het is alleen een drogredenatie als er in werkelijkheid geen sprake is van een glijdend vlak, maar dat is dus – zo heb ik althans gepoogd aan te tonen – wel degelijk en welbewust het geval.

De oplossing
Er is geen pasklare oplossing voor dit probleem. De kern van het probleem zit zogezegd in de wijze waarop het discours vervuild is geraakt en meespelen in dit discours zal dus altijd leiden tot een bekende uitkomst. Wat nodig is, is inderdaad niet per se het fixeren op details, men dient de details te zien als wat ze zijn: de kleine bouwstenen van het geheel. Inderdaad, het niet kunnen afsteken van rotjes op 31 december zorgt niet voor de totale teloorgang van de Nederlandse cultuur en het Nederlands cultureel erfgoed, zoals ook het wegslaan van één baksteen een huis niet zal doen instorten. Echter, sla er genoeg weg en het resultaat zal niet verrassend zijn. Dit is echter geen reden om toe te staan dat er een baksteen wordt weggeslagen uit een muur, waarom zou het ook? Het hebben van een veelheid van iets legitimeert geen vandalisme. De aanpak moet dus liggen op een hoger metaniveau; mensen moeten bereid zijn de discussie in een breder kader te plaatsen en zo het grote in het kleine te vinden en aan te tonen. Het hele discours dient aan de kaak te worden gesteld:  er dient een synthese plaats te vinden in het beschouwen van het verleden en het heden, in plaats van lopende veranderingen iedere keer vanuit dat moment te beschouwen. Een verandering dient in zijn totaliteit te worden beschouwd. Dus, het ontstaan en het falen van de Euro moet als geheel worden gezien, dus samen met de genegeerde maar door de realiteit van vandaag bewezen initiële kritiek. De verandering van Zwarte Piet moet als één traject worden gezien en kleine veranderingen moeten niet niet telkens individueel worden voorgespiegeld, nu ja, als slechts één kleine verandering. Zo moeten we leren van de fouten in het verleden, zodat we die kunnen toepassen in het heden en de toekomst. De worst moet beschouwd worden, niet de plakjes.

Facebooktwitter

1 Comment on "De salamimethode: een slinks intrige"

  1. Prima benoeming van de salami-methode. Maar de laatste alinea: das toch bobo-taal? Veel te vaag.

Leave a comment

Your email address will not be published.


*


Door de site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of als u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten