Zwarte Piet en culturele context: waarom de CNN-documentaire ‘Blackface’ onzin is

Roger Williams, Fragment uit RTL Late Night
Facebooktwitter

Het is weer bijna voorbij, de traditionele tijd van het jaar waarin verongelijkt Nederland tracht een deel van het Nederlands cultureel erfgoed uit te vagen. Na 5 december moet het als het goed is weer wat tanende zijn. Deze week ging men in elk geval nog eens vol op het orgel. De Amerikaanse TV-zender CNN zond een documentaire uit, genaamd ‘Blackface’, waarvan de regisseur deze week te zien was in het programma RTL Late Night. Weer twee grote mediaspelers die een podium geven aan de leugen dat we stiekem allemaal racisten zouden zijn, en dat een deel van onze cultuur slecht zou zijn. Je zou het bijna gaan geloven. Bijna.

Omgekeerde culturele appropriatie
‘Culturele appropriatie’ is de term waarmee professionele zeurders het verschijnsel omschrijven waar delen van culturen door een andere cultuur worden overgenomen, zoals bijvoorbeeld de afhaalchinees een typisch Nederlandse horecavorm is geworden. Dit is van alle tijden en geenszins kwalijk, men kan er zelfs een bepaalde eerbied voor de originele cultuur in zien. Wat de documentaire ‘Blackface’ doet, is eigenlijk hetzelfde, maar dan omgekeerd en bovendien wel degelijk kwalijk. Blackface was een gebruik uit de tijd waarin negers ernstig en institutioneel werden gediscrimineerd in de VS. In films en toneelstukken moesten soms echter wel negers voorkomen (meestal om ze belachelijk te maken door ze weg te zetten als domme figuren) en die konden binnen het racistische discours van die tijd niet worden gespeeld door daadwerkelijke negers, want dat zou betekenen dat zwarte acteurs op gelijke voet zouden staan met hun blanke collegae. Dus droegen blanke toneelspelers zwarte schmink: blackface.

Verschrikkelijk natuurlijk, en het is goed dat men in de VS is afgestapt van dit gebruik. Wat nog beter is, is dat men in Nederland nooit op enige significante schaal is begonnen aan deze ongein. Logisch, want er waren in die tijd eigenlijk amper donkere mensen in ons land, dus banale humor ten koste van negers had op weinig begrip hoeven rekenen. Het was een ver-van-het-bedshow, terwijl banale humor vaak juist over alledaagse en bekende zaken gaat. Het is dus niet zo dat de onderliggende gedachte van racisme in het Nederland van begin vorige eeuw niet voorkwam, maar een essentieel onderdeel voor racisme (mensen met een andere huidskleur) kwam niet tot zeer nauwelijks voor, in tegenstelling tot de VS, die van oudsher een grote minderheid van donkere mensen hebben. De Amerikanen schamen zich ervoor dat dit ooit in hun land heeft plaatsgevonden, maar sommigen proberen dat schuldgevoel nu deels op ons af te wentelen door te zeggen dat wij er nog steeds aan doen. Het gaat er bij veel mensen ook makkelijk in, want ja, Zwarte Piet gaat nu eenmaal wel om blanke mensen die donker geschminkt worden, net als bij blackface. Eigenlijk is het dan hetzelfde, toch?

Neen. En wel om de volgende redenen: blackface is een Amerikaans verschijnsel en een exponent van historisch Amerikaans racisme. De negatieve connotaties moeten dan ook in een Amerikaanse culturele context worden beschouwd en als men dat doet, komt men inderdaad tot de conclusie dat het niet door de beugel kan. De waarde ‘rassengelijkheid’ is een waarde die Nederland en de VS delen, dus het zou onjuist zijn om te concluderen dat er sprake is van een andere opvatting die hier wel courant is en daar niet. Neen, de waarde wordt hier even sterk, zo niet sterker aangehangen. De conclusie moet dan ook zijn dat het niet het zwart schminken van een gezicht racistische connotaties heeft, maar dat het in Amerika zwart schminken van een gezicht racistische connotaties heeft. Of, correcter: in Amerikaanse culturele context.

Door dit essentiële onderscheid niet te maken, wordt Nederland met terugwerkende kracht een racistisch verschijnsel in de schoenen geschoven en dat is onterecht. Er zijn wel meer handelingen die in andere landen sterk negatieve connotaties hebben. Zo is (of in ieder geval, was; een Hongaar vertelde mij ooit dat het niet heel erg meer speelt) het in Hongarije een faux pas om met bierglazen te proosten; dit zou doen herinneren aan de Oostenrijkse generaals die met hun glazen klonken nadat ze weer een Hongaarse onafhankelijkheidsstrijder hadden laten fusilleren. Betekent dit dat proosten met bierglazen het bestaansrecht van Hongarije ontkent? Neen, maar proosten met bierglazen in Hongarije doet (of deed) dit mogelijk wel. Zo zijn er legio voorbeelden die enkel en alleen binnen de eigen culturele context moeten worden beschouwd. Logisch, want het zijn ook uitingen van een bepaalde cultuur. Op westerse bruiloften wordt er traditioneel vaak met rijst naar het bruidspaar gegooid. Wie dit echter op straat bij een voorbijlopende Aziaat doet, zal – terecht – als racist worden gezien. Het doden van een koe in India is een teken van een grondig disrespect voor het aldaar courante Hindoestaanse geloof. In Nederland noemen we het biefstuk.

Dat cultuurrelativisten ontkennen dat er een noodzaak bestaat om culturele uitingen te beschouwen binnen hun culturele context is eigenlijk heel markant. Het gaat namelijk uit van universeel toepasbare criteria voor het al dan niet toegestaan zijn van een culturele uiting, iets dat de door deze mensen breed gedragen roep om culturele diversiteit nogal tegenspreekt. Dat het ook onwerkbaar is, spreekt vanzelf: culturele uitingen zijn vaak niet compatibel, zoals in het voorbeeld van Zwarte Piet. Dat wordt vervolgens ‘opgelost’ met het eisen dat een culturele uiting dan maar moet wijken. Dat deze eis het recht van de mens om in het eigen land de eigen cultuur te mogen bewaren aantast, dat mag niet deren – alle culturen zijn gelijk, maar sommige culturen zijn meer gelijk dan andere. (Overigens zou een flauw persoon kunnen terugkaatsen dat het ook denigrerend is om een traditie van Nederlandse cultuurdragers in de VS te demoniseren, maar kennelijk weten onze expatrianten wél hoe de vork in de steel zit.)

Niet alleen de context, maar ook het begrip en de intentie spelen een belangrijke rol. In het voorbeeld van de met rijst bekogelde Aziaat zal de racist in kwestie donders goed weten dat (Oost-)Azië met rijst wordt geassocieerd: dit is namelijk precies de reden dat hij ermee gooit. Zo zou het ook racistisch zijn als iemand in Nederland bewust een film zou maken waarin een zwart geschminkte blanke een zwarte speelt die eigenschappen heeft van de blackface-figuren uit het Amerika van begin vorige eeuw – de filmmaker plaatst zich tenslotte (bewust) in die racistische context. Laat het overigens duidelijk zijn dat met de culturele context niet zozeer een geografische locatie wordt bedoeld. Dat cultuur doorgaans wel een geografische bakermat heeft en dat de hierbij horende culturele context hier dan ook veelvuldiger voorkomt, is vanzelfsprekend. In praktijk komen geografische locatie en culturele context dus vaak overeen, maar zijn ze niet altijd even scherp af te bakenen. Men kan zich tenslotte op een geografische locatie begeven, maar niet binnen de geldende culturele context handelen, bijvoorbeeld doordat men op vakantie is een vreemd land waarvan men de cultuur niet of slecht kent en dus door onwetendheid iets doet dat als beledigend kan worden opgevat. Dit neemt uiteraard niet weg dat het wenselijk of op zijn minst beleefd is om meer over een cultuur te weten te komen, alvorens het bijbehorende land te bezoeken.

De slager keurt zijn eigen vlees
Toen Marx in zijn Kritik des Gothaer Programms schreef:  “van ieder naar zijn vermogens, aan ieder naar zijn behoefte”, ontketende hij een idee waar we tot op de dag van vandaag nog last van hebben. Het is in vele voorbeelden een onhoudbaar idee gebleken, en wel om een eenvoudige reden: de behoefte van een mens is subjectief,  wordt door de mens zelf gecreëerd en past zich ook aan naarmate eerdere behoeftes reeds zijn vervuld. Uiteindelijk zal de behoefte de noodzaak overstijgen en ontstaat er een probleem, dat gelijk de zwakte van het idee blootlegt: iemand moet ervoor lijden. Hoewel behoefte een oneindig rekbaar begrip is, zijn vermogens dit niet. Iemand kan naar keuze wel onbeperkt meer consumeren, maar niet naar keuze onbeperkt harder of efficiënter werken. De grens van het aanbod is afhankelijk van de fysieke capaciteiten van de gever, die met dwang tot het uiterste moet worden gedreven. De grens van de vraag is afhankelijk van de grillen en eventueel megalomane wensen van de eiser. De marxistische ‘oplossing’ hiervoor was trouwens om de staat te laten reguleren wat het aanbod en de vraag zijn, maar dat is uiteraard olie op het vuur, zoals ook gebleken is.

Wat heeft dit nu te maken met het onderwerp? Interessant genoeg, hoewel niet verrassend, doet zich het economische probleem van de marxisten ook voor in de verontwaardigdheidseconomie. Marx’ credo moet hier echter worden geparafraseerd naar: “van ieder naar zijn inschikkelijkheid, voor ieder naar zijn gevoel”.  In plaats van de fysieke productiecapaciteit van de arbeidende klasse gaat het hier om de toegeeflijkheid van de cultuurdrager en zijn bereidheid om het eigene op te offeren teneinde een ander niet te beledigen. Aan de behoeftes zitten echter geen grenzen. De behoefte is hier de roep van zelfverklaarde beledigden om niet beledigd te worden. Dit levert echter hetzelfde probleem op: deze is subjectief en volledig afhankelijk van het oordeel en de wensen van de eiser. Wanneer de als ernstige belediging opgevatte zaak verdwenen is, zal de aandacht zich automatisch vestigen op een tevens als belediging opgevatte zaak, die eerder nog werd overschaduwd. Er zijn eenvoudigweg mensen die altijd beledigd zijn. Er zijn mensen die boven een nachtcafé gaan wonen en vervolgens gaan klagen over geluidsoverlast, net zo lang tot het café wordt gesloten door de gemeente. Om zich vervolgens te wenden tot de overbuurman die een blaffende hond heeft. Zo verder, totdat de hele buurt op eieren moet lopen omdat er één persoon overal last van heeft. Vaak zijn dat dan ook weer dezelfde personen die, na alles vakkundig weggepest en weggeklaagd te hebben, ook weer gaan klagen dat het niet meer zo gezellig is als vroeger.

Een podium voor de zeikers
De regisseur van de documentaire ‘Blackface’, Roger Williams, is zo’n persoon. En hij kwam zijn zaak in RTL Late Night bepleiten, onder luid gejoel van enkele andere beledigden. Wat volgde was een nogal obligate opsomming van alles dat we al gehoord hebben, maar een aantal zaken viel toch op. Roger Williams, die naar Nederland verhuisde om alhier met een Nederlandse man te trouwen, heeft zo zijn eigen kijk op cultuur. Volgens hem kun je de cultuur van een gastvrij land zien als een soort bonbondoos; je pakt er gewoon degene uit die je lekker vindt, de rest pleur je weg. Tenslotte, in de opening van zijn documentaire prijst hij Nederland om haar tolerantie, vooruitstrevende denken en appeltaart en legt hij uit hoe hij er al lange tijd van had gedroomd om in ons land te gaan wonen. Markant, want hij kan al die tijd al geweten hebben dat Zwarte Piet hier een onderdeel van de cultuur is en toch is hij hier vrijwillig komen wonen. Zwarte Piet is hier bepaald geen geheim en loopt gewoon in optochten over straat, ook al noemt hij het heel tendentieus ons “dirty little secret”.

Dat is an sich al iets heel opmerkelijks; de documentaire is namelijk gemaakt voor een Amerikaans of zelfs internationaal publiek, voor wie Zwarte Piet inderdaad veelal onbekend is. Dat dat eerder ligt aan de zeer beperkte aandacht van de VS voor Nederland is één ding. Een ander ding is dat mensen moeilijk beledigd kunnen zijn door iets waarvan ze het bestaan niet eens afweten. Gelukkig voor hen is er meneer Williams, die de ‘African Americans’ even op de hoogte stelt van de verontwaardiging waarvan ze nog niet wisten dat ze die hadden. Het lijkt erop, zeker als men de afsluitende zin “Het lijkt erop dat de internationale gemeenschap [Zwarte Piet] niet veel langer zal tolereren”, de internationale publieke opinie wil gebruiken als wapen om de Nederlanders te doen zwichten. Een vuile streek, want daarmee kapitaliseert hij op het uit de Nederlandse en in de Amerikaanse context plaatsen van een zwart geschminkt gezicht, waardoor Zwarte Piet ineens ‘blackface’ is. Hierdoor slaat hij op goedkope wijze munt uit culturele verschillen, iets dat toch wel heel dubieus is voor iemand die zegt op te komen tegen onrecht. Zo gebruikt hij bijvoorbeeld het gegeven dat mensen in andere landen geschokt reageren als ze Zwarte Piet zien, als argument om te bewijzen dat Zwarte Piet slecht is, maar hij bewijst enkel dat er verschillen tussen culturen bestaan, wat toch niet bepaald nieuws is.

Het is trouwens niet de eerste keer dat er wordt getracht de internationale gemeenschap in te zetten voor bemoeienis met onze binnenlandse aangelegenheden. Naast dat die inmenging van andere landen in ons cultureel erfgoed zich baseert op misvattingen, is de inmenging an sich ook zeer merkwaardig. Wat hebben die mensen eigenlijk te maken met hoe wij onze feesten vieren?

Naast het maken van tendentieuze documentaires, wordt de VN ook gebruikt om van buitenaf Nederlands cultureel erfgoed te vernietigen. De VN, die als supranationale organisatie voor velen een air van onafhankelijkheid en objectiviteit heeft, is hier bijzonder hypocriet bezig. Wat blijkt nou: waar de VN Nederland de les leest en eist dat wij Zwarte Piet in de ban doen, wordt een zeer vergelijkbare traditie in Iran niet alleen getolereerd, maar zelfs vastgelegd in de Lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid! Dit terwijl het ook hier gaat om het zwart schminken van een niet-zwart persoon en terwijl ook de Perzen een slavernijverleden hebben. Men zou haast gaan denken dat het erom te doen is dat wij een Westers land zijn; andere verschillen met het Iraanse feest zijn er namelijk in de grondslag niet. Wederom zijn onze tradities ondergeschikt aan de wil van anderen en worden Nederlanders gedwongen zich defensief op te stellen om überhaupt hun eigen cultuur te mogen behouden zoals zij willen. Iets dat ze in de documentaire maar lastig lukt, hoewel dat zowel voortkomt uit de Nederlandse traditie om mensen niet voor het hoofd te willen stoten en wat inschikkelijk te zijn, en een andere Nederlandse traditie: het grondig overschatten van de eigen vaardigheden in de gesproken Engelse taal. Nederlanders zijn er nogal trots op dat ze hun talen spreken en gecombineerd met die inschikkelijkheid leidt dat er nogal eens toe dat Nederlanders in een linguïstische uitwedstrijd verbaal wat in het pak worden genaaid en de documentairemaker buit dat hier ietwat uit.

Met betrekking tot tradities zelf werd een kreet die binnen het Zwarte Piet-discours steeds vaker gehoord wordt bij RTL Late Night ook geuit: “tradities zijn er om te veranderen”. Dit is de grootst mogelijke onzin, want de bestaansreden van een traditie is letterlijk zijn relatieve onveranderlijkheid. Traditie, van het Latijnse tradere, hetgeen ‘(door)geven’ betekent, is wel degelijk aan verandering onderhevig, maar deze verandering is altijd organisch en niet van bovenaf opgelegd. Dit is ook logisch, want tradities kennen vaak een sterk volks, bottom-up karakter; het zijn vaak ongeschreven conventies die vooral plaatsvinden omdat ze altijd plaatsvinden. De lange tijdsduur en continuïteit vormen dus de bestaansreden van een traditie. De kreet, echter, zegt expliciet dat de bestaansreden van een traditie is omdat deze dan veranderd kan worden, ze zouden er letterlijk zijn om te veranderen. Eenieder die hiervan de contradictio in terminis niet bij de eerste oogopslag ziet, is het levende bewijs dat ‘gratis’ en ‘voor niks’ naar school gaan wel degelijk twee heel verschillende dingen zijn.

Williams gaat echter nog verder: zijn enorme minachting voor ons cultureel erfgoed wordt wellicht het beste duidelijk uit zijn uitspraak: “Als je traditie mensen kwetst (…) als één kind op school Zwarte Piet wordt genoemd (…) dan moet dat voldoende zijn om de traditie te veranderen”. Laat dit eens goed op u inwerken: de drempel voor het geforceerd vernietigen van cultureel erfgoed van een heel volk, ligt voor Williams bij het beledigen van één persoon. Door een kind, nog wel. Dat is wel bizar veel macht om in de handen van iedere willekeurige kleuter te leggen.

De tegenstanders van Zwarte Piet zijn dus wat extremistisch in hun uitingen en hun argumenten zijn niet altijd even logisch. Hebben ze dan compleet geen punt? Wel, ze bestrijden racisme, of, in het geval van Zwarte Piet, wat in hun perceptie racisme is. Dat gevoel, dat ze als minderwaardig worden behandeld, zal ergens een kern van waarheid hebben, want racisme bestaat nog steeds. Het is alleen belangrijk om de onderliggende gedachte aan te pakken, niet de symptomen. Zoals Tan vertelt, heeft hij wel degelijk vervelende ervaringen gehad met mensen die hem benadeelden en pestten met Zwarte Piet als vergelijkingsmateriaal. Dit betekent echter niet dat Zwarte Piet racistisch is; dit betekent dat racisme racistisch is. De wortel moet dus worden aangepakt. Erkennen dat racisme bestaat en handelen naar het idee dat mensen van alle huidskleuren gelijk zijn, dat zijn de enige stappen die we kunnen nemen op deze weg, een weg waar Nederland al veel verder in is dan de meeste landen. Dit proces heeft echter een deuk opgelopen door donkere mensen die zich bewust en met veel bombarie buiten en tegenover de Nederlandse cultuur en dus maatschappij opstellen.

Zoals in de aflevering ook naar voren kwam, komt racisme veelal voort uit negatieve stereotypen. Wat men dan denkt te bereiken met het als obstinate zuurpruimen proberen te verpesten van een kinderfeest, en passant even heel Nederland de racismekaart toespelende, is volledig onduidelijk. Ze lijken een hele stuurse houding  aan te nemen, waarin ze zich bewust gedragen op een manier waarvan ze weten dat mensen ze er vervelend om zullen gaan vinden en vervolgens die gecreëerde antipathie misbruiken als bewijs van racisme. Ze creëren vooral zelf een erg negatief rolmodel maar ze spinnen dus wel garen bij hun self-fulfilling prophecy – tenslotte is hun hele punt dat racisme in Nederland welig tiert. Ze drijven doelbewust een wig in de Nederlandse samenleving, en ik constateer triest genoeg dat de tegenstellingen tussen zwart en blank Nederland, maar op dit onderwerp ook onderling, in mijn levensdagen nog niet zo groot zijn geweest. Hiermee hebben de zogenaamde racismebestrijders precies het tegenovergestelde bereikt van wat ze zeggen te willen bereiken. Dat stemt, zo vlak voor de feestdagen, toch wel erg treurig.

Facebooktwitter

2 Comments on "Zwarte Piet en culturele context: waarom de CNN-documentaire ‘Blackface’ onzin is"

  1. Heel goed en duidelijk artikel en onderschrijf het. Racisme is in geen enkel land goed te praten. Maar een kinderfeest met Zwarte Piet hoort bij een Nederlandse traditie.

  2. Als Nederland niet als de wiedeweerga, zich sterk gaat maken voor het behoud van één van onze Cultuur-Historische tradities, als het Sinterklaasfeest met Zwarte Piet, verdwijnen wij met recht: onder de zeespiegel van ressentimenten!!! Go for it!! Wij zijn niet voor niets een Volk van Jongens van Jan de Witt.

Leave a comment

Your email address will not be published.


*


Door de site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of als u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten